FIETSTOCHT IJSLAND
ZOMER 2007

Over deze fietstocht heb ik drie artikelen geschreven:
– onderstaand,
– over IJslandse Saga's, op www.ijslandse-saga.nl, onder sagareis 2007, en
– over IJslandse Honden, op www.ijslandse-hond.nl, onder IJslanders op IJsland.

Alle artikelen zijn geïllustreerd met foto's. De “echte” foto's, niet zijnde kiekjes, komen op een eigen website: www.images-of-iceland.nl. Het zal nog even duren voordat deze site online is.

Veel plezier met het onderstaande reisverslag!

Tonny Buijs

April 2008

voorbereiding / route / materiaal / eerste indrukken / fiets op IJsland / over fietsers / verandering
dit is: pagina 6 van 7
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.


OVER FIETSERS
Heb je er met een gepraat, dan weet je ook, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, wat de volgende negen gaan zeggen. “Tja, die wind he, en dat wegdek, en door de mist en regen heb ik geen bal gezien.” Ik had zo goed als aldoor zon, dus kijk ik ze maar eens niet begrijpend aan, het zal wel met geluk te maken hebben.
  En vervolgens: waar je vandaan komt, waar je heengaat? Hoe lang je er al bent, hoeveel kilometer je al gefietst hebt? Naar gelang de zomer gevorderd was antwoordde ik dan: “Ik ben er nog niet lang maar blijf de hele zomer.” “Oh.” “Ik ben er nu drie maanden en ga zo op huis aan.” “Oh.” “Ik heb hier dit jaar nu zo’n drieduizend kilometer gefietst.” “Oh.” “En met de reis van zeven jaar geleden erbij, zo’n 6500km en nog heb ik lang niet alles van het land gezien.”
  Altijd lachen als je hun gezichten dan ziet. Vooral de reactie bij de fietsers die zichzelf graag als bikkel zien is grappig. Ik zie er niet uit als een serieuze fietser dus komen de getallen ze kennelijk nogal vreemd voor. Ook als ik vertel dat ik “slechts” zo’n 50km (op gravel) tot 75km (asfalt) per dag fiets. Want het aantal kilometers per dag wordt als heel belangrijk ervaren. Hoe meer kilometer per dag hoe meer je in achting stijgt. Een stilzwijgen wordt dan vaak mijn deel. Soms echter tref je een gelijk gestemde ziel en dan volgen er interessantere gesprekken. Helemaal leuk wordt het als je een fietser van het eiland zelf treft. Het heeft 6000km geduurd, maar ik heb er een ontmoet...
  Heel belangrijk ook, aldus veel fietsers, is de weersverwachting. Als ik alleen ben besteed ik er geen aandacht aan. Het weer is een gegeven waar je als fietser niets aan kunt doen. Het is een ander verhaal als je op IJsland over een auto kunt beschikken. Met een beetje oefening kun je dan het mooie weer achterna rijden en opzoeken. Op IJsland is het altijd ergens wel mooi weer, en vice versa. Het is voor een fietser veel belangrijker dat jezelf kunt inschatten wat het weer de komende uren gaat doen. Fietsen op IJsland betekent dan ook altijd met een oog schuin omhoog fietsen. Ter illustratie:

Een belevenis met wind en slecht weer hadden we op het gedeelte tussen de Skógafoss en Vik. Het is slechts 35km, of daar omtrent, maar het draaide eropuit dat het 't moeilijkste stuk werd dat we voor de kiezen kregen. We vertrokken in Skógar met wat miezer regen en een licht briesje tegen. Ik droeg slechts mijn sweater en verwachtte geen moeilijkheden. Voor we de afslag naar Dyrhólaey bereikten, was Bonny reeds drie keer van de weg gewaaid, was de temperatuur honderd graden gedaald of zo en waren mijn kleren doorweekt. In mijn geheugen bevond Vik zich aan de andere zijde van het heuveltje. Dus trok ik geen extra kleren aan. Dat bleek een behoorlijke vergissing. De echte heuvel lag een paar kilometer verderop. Om een lang uur kort te maken: toen we heuvelaf gingen naar Vik kon ik mijn handen door de kou nauwelijks tot niet meer gebruiken. Remmen was moeilijk, schakelen onmogelijk.
  Bonny had dezelfde ervaring. Maar een stuk slimmer dan mij had ze meer kleren aan en een regenjas... In het wegrestaurant in Vik nam ik twee hoofdmenu's en het kwam ook niet slecht uit de winkel te vinden die IJslandse wollen truien verkocht. Het slechte weer duurde slechts een paar uur en 's avonds kon ik de Reynisdrangar bijna wolkeloos fotograferen. Dit was maar weer eens een waarschuwing / friste het geheugen maar weer eens op van het gevaar dat het IJslandse weer van het een op het andere moment kan veroorzaken.

  

Ook de voortdurende honger zal niet ontbreken in zo’n gesprek. Aan een niet fietser valt dit moeilijk uit te leggen. Wanneer je serieus aan het fietsen bent en in een tentje leeft, krijg je het aantal verbrandde calorieën niet aangevuld met eten (in de Tour de France liggen ze niet voor niets aan het infuus). Zelfs niet als je continu je maag gevuld houdt. De consequentie is dan ook dat je afvalt. De eerste weken viel ik per week gemiddeld een kilo af. Dat is voor iemand die “slechts” drie weken fietsvakantie houdt niet erg. Drie weken lang bikkelen en stevig in het rood fietsen moet kunnen. Zoveel reserves heeft je lichaam wel. Hou je dat langer vol dan komt de klap vanzelf. Ik maakte het mee tijdens mijn reis in 2001 naar de Noordkaap. Deze kaap heb ik niet bereikt, ik kwam tien kilometer te kort. Ik werd ziek en volgens de arts daar was mijn lichaam totaal uitgeput. De dag voordat ik ziek werd voelde ik me echter beresterk (en denk dat verontreinigd water uiteindelijk mijn lot bezegelde).
  Ik had meer tijd te besteden dan menig andere fietser en hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, daarom fietste ik veel meer op reserve, dus rustiger aan (daarbij: mijn eigenlijke doel was fotograferen, niet fietsen). Toen ik in de gaten kreeg dat ik toch nog zoveel afviel, ging ik kortere afstanden fietsen en bleef langer op een plaats genieten. Dit was in de periode dat Bonny terug naar Nederland was. Toch voelde ik de vermoeidheid nog in mijn hele lijf. Oké, ik ben een dagje ouder, maar het zet je wel aan het denken. Vitamines uit een potje lijken een goed alternatief voor groenten en fruit (waar je als fietser op IJsland al snel aan voorbij gaat vanwege de prijs en / of het gewicht) en als extra aanvulling bij zware arbeid. Ik slikte die pillen met enige regelmaat. De vermoeidheid verdween echter pas toen ik bewust grote hoeveelheden vers fruit ging eten. Op het moment dat Bonny terugkeerde op IJsland woog ik net zoveel als bij haar vertrek. Dat had ik dus netjes gedaan.
  Tussen neus en lippen door kom je er tijdens gesprekken met fietsers ook achter dat velen grote stukken met de bus afleggen. Soms kun je ze daar geen ongelijk in geven. Bij anderen krijg je het idee dat ze een echte fiets-in-de-bus-vakantie houden en de tweewieler alleen gebruiken om eten bij de supermarkt te halen om vervolgens snel weer terug te keren naar de camping.
  Het observeren van het gedrag van fietsers op een camping is ook een aangename bezigheid en met name dat van de macho-fietsers – vaak Italianen en Fransen. Altijd tot in de puntjes gekleed volgens de laatste wielermode en vaak het hoogste woord voerend. Soms terecht aan de uitgewoonde gezichten te zien (afgezien op de Sprengisandur e.d.), soms lachwekkend gelet op de beginnende buikjes en de zichtbaar weinig beproefde fietsen. Lachen was het ook om die macho-fietser die het voor elkaar kreeg binnen vijf minuten zijn fiets drie keer te laten omwaaien. Op IJsland is het standaard dat je je fiets plat op de grond legt, of anders stevig tegen een hek aan parkeert. Het is die wind he!
  Het gezelschap fietsers omvat het hele spectrum. In het ene uiterste vind je mensen met goede fietsen waaraan een prijskaartje hangt van een heel behoorlijke auto. In een geval zelfs was de bezitter van zo'n fiets eerst een jaar van te voren in Noorwegen gaan trainen en testen of hij en zijn materiaal IJsland wel aan zouden kunnen... IJsland is extreem, maar dit gaat wel ver. Ik moet toegeven dat hij wel de meest kloterige weggetjes had uitgekozen.
  Aan de andere kant kom je fietsers tegen op standaard huis-tuin-en-keuken-fietsen, waarop je in Nederland net uit de voeten kunt, een fiets die een junk nog net mee zou nemen, zoiets dus. Een keer kwamen we zo'n fietser tegen op de Kjölur. Daarbij had hij achter de fiets ook nog een gammele tweewielige aanhanger hangen. Ieder zijn hobby, hij leek er plezier in te hebben. Je kunt het jezelf echter een stuk makkelijker maken.
  Ook de leeftijden variëren aanzienlijk. Van achttienjarige meiden, tot mensen die de pensioensgerechtigde leeftijd op zijn minst benaderden. Ik kan dus nog even vooruit. Met andere woorden: iedereen kan fietsen op IJsland en doet het op zijn eigen manier. En het waren er een stuk meer dan in 2000.


HAUT-CUISINE
Of te wel, gaan we uit eten, of niet? Om maar mee in huis te vallen: ze kunnen het nog steeds niet, die IJslanders, hamburgers bakken. Ook in Höfn, in het houten restaurant, was het weer mis, opnieuw een aangebrand stuk vlees.
  Nu gaat het sowieso veel vaker mis dan goed als je uit eten gaat. De eerste pizza in Thórshöfn was heel goed. Een paar dagen later in dezelfde tent, dezelfde pizza besteld, maar een andere kok. De pizza was totaal anders en de bodem aangebrand. Je kunt er geen peil op trekken, net als het IJslandse weer zeggen ze. Maar wat dat betreft, 2007 was een prachtige zomer...
  Misschien hebben wij ook wel bovenmatig slechte ervaringen met uit eten gaan doordat wij dat low-budget doen. Dan nog voel je je bestolen als je uiteindelijk ziet wat je krijgt voorgeschoteld. Toch moet je af en toe wel. Elke dag Toro Gryte, in de varianten Amerikaans, Italiaans en Mexicaans; of de Knorr kant-en-klare macaroni zakjes of de IJslandse variant daarvan, komen je op den duur ook de neusgaten uit.

 

  Neemt niet weg dat we ook lekker uit gegeten hebben. Bijvoorbeeld bij Vik in het wegrestaurant, bij het museum van de bekende IJslandse schrijver Thorberg Thordarson, bij Bautinn in Akureyri (tenminste de eerste keer, de tweede keer was een stuk minder). En wanneer je toch in Akureyri bent, moet je beslist een ijsje gaan eten bij Brynja. Dit ijs is de enige reden voor iemand uit Reykjavik om naar Akureyri te gaan..., aldus nogal wat IJslanders. Met name het buitenste laagje is heel apart. Het smelt in je mond. Nogal wiedes, het is ijs, maar het is toch anders. Dus als je in de buurt bent..., ervaar het zelf.
  Later hebben we veel soft-ijsjes gegeten bij tankstations en dergelijke, en die bleken ook niet verkeerd. Nu ik het toch over zuivel heb, skyr vormde een zeer wezenlijk onderdeel van mijn IJslandse dieet. Elke dag minimaal 500 gram. Zeven jaar geleden nuttigde ik per dag zo'n halve liter bosbessenyoghurt. Die heb ik afgelopen jaar vervangen door skyr. Skyr met een smaakje was volgens mij in 2000 niet zo ruim voorradig als nu – als het er al was.
  Fietsers hebben een nadeel, ik in elk geval wel, aan een hoofdgerecht heb je niet genoeg. Heb je net een fortuin gespendeerd, zit je een uur later weer met een knorrende maag op de fiets.
  De bakkunsten van de gemiddelde IJslandse horecaondernemer laten wat mij betreft te wensen over. Daarentegen kunnen ze wel soep maken. IJslandse vleessoep is volgens Bonny een echte aanrader, bij twijfel altijd nemen.

Laten we het eens over de Franse keuken hebben. Het was op een camping ergens in het zuiden en Bonny en ik hadden eieren gekookt. Een koppel Fransen leek dat ook wel wat, zo zou later blijken. Overigens hadden wij net op tijd ons ontbijt op. De keuken- en eetruimte vulde zich opeens met de penetrante lucht van aangebrande pannenkoeken. Snel werden door het Franse stel, enigszins beschaamd, de deuren tegenover elkaar opengezet. Het kan de beste overkomen, vooral met campingpannen en dergelijke.
  Die middag zetten de Fransen een pan water op met eieren daarin. Vervolgens verdween zij uit beeld. Geruime tijd later kwam hij binnen. Wij hoorden het water koken en maakten hem daarop attent. “Does that mean that they’re ready?” Goed, dat je geen pannenkoeken kan bakken a la, maar dat je nog geen ei kunt koken… Ben benieuwd wat zij van een hamburger weten te maken. (volgende pagina...)

voorbereiding / route / materiaal / eerste indrukken / fiets op IJsland / over fietsers / verandering
dit is: pagina 6 van 7
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.