het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.


Terreinauto

Ons plan was een Jimny te huren. Die waren echter niet meer te krijgen en bovendien werd ons bij het toeristenbureau afgeraden om bepaalde wegen die wij wilden doen met deze auto te berijden. Uiteindelijk eindigden wij met een auto met de mooie naam Toyota Linux, die we voor een 'gereduceerde' prijs mee konden krijgen. Op de foto's leek het een op en top Hillbilly Redneck car waar ik zo'n hekel aan heb. In het echt was hij nog groter... En daar moest ik na acht jaar niet gereden te hebben mee door de woestijn! Toen ik instapte miste ik een pedaal. Ook dat nog: een automaat. Dat zou ook voor het eerst zijn. Enfin, ik reed er een rondje mee op de parkeerplaats en de wagen bleek opvallend goed handelbaar. Met een beetje oefening zou het best goed kunnen komen. Het was sowieso al een overwinning voor mij om überhaupt weer in een auto te rijden. Morgenvroeg zou hij voor ons klaar staan.
    Het leven op de stadscamping kwam op gang. Veel fietsers waren fanatiek aan het pakken, het beloofde dan ook een mooie dag te worden. De gretigheid echter waarmee ze de camping af reden verbaasde me. Zij vonden fietsen blijkbaar echt leuk. Niet dat ik met tegenzin op mijn fiets stapte, maar ik heb nooit zoiets gehad van 'fijn, ik ga vandaag weer eens een lekker stukje fietsen'.
    Goed, wij wandelden naar het toeristenbureau waar onze wagen afgeleverd zou worden. Onze luxe vehikel stond er nog niet, wel alle fanatieke fietsers die voor ons van de camping waren vertrokken. Och ja, het naast gelegen busstation! Een mens kan zich vergissen. Ze waren zo blij omdat ze met de bus mee mochten! Het weer vormde geen excuus, veel beter fietsweer zou je op IJsland niet krijgen.
    We waren van plan met de auto de wegen te gaan rijden die we anders per fiets zouden hebben gedaan. Voordat we naar Laugafell vertrokken, brachten we eerst een bezoekje aan de IJslandse Hondenfokster waar we al eens eerder op bezoek waren geweest. Het was weer zeer leuk en gezellig. De IJslanders hadden gezelschap gekregen van twee enorme Ierse Wolfshonden. Nog even checkten we de weersvoorspelling voor de komende dagen en dat pakte ook deze keer goed uit.
   De weg naar Laugafell is een absolute aanrader. Als we die per fiets hadden moeten doen... En toch moeten we op vergelijkbare wegen hebben gereden. Vanuit de auto lijkt het gewoon anders. Onderweg speelden we haasje over met nota bene een IJslandse fietser. De tweede in meer dan 10.000 kilometer en net nu wij het fietsen achter ons hadden gelaten. Door het wegdek en de fotostops lagen wij amper eerder in het lekkere badje van Laugafell dan hij. Het bleek dat hij al heel wat extreme weggetjes op IJsland had gefietst. Paden die mij onbekend waren.
    Wij bleven niet overnachten. Ons plan was 's morgensvroeg al in de buurt van de Aldeyjarfoss te zijn om deze te fotograferen. Op weg daarheen raakten we verzeild in mistbanken en werden we omhuld door de invallende schemer. De zon was al onder de horizon verdwenen. Haar licht kleurde nochtans de wolken in een vlammende pracht. Een slaapplek was lastig te vinden. Toch vonden we een paar kilometer voor de Aldeyjarfoss een gaatje in de mist en een geschikte plek.

Eerst bezochten we de Hrafnabjargafoss. En deze is niet minder mooi dan de paar kilometer verder gelegen Aldeyjarfoss. Heerlijk om tussen al dat bulderende water te staan.
    En daar was ook de Goðafoss weer! Waar zouden we nu eens heengaan? De keus ging tussen Kverkfjöll en de Snaefell. Kverkfjöll betekende een lastige klim via een gletsjer naar het ongetwijfeld prachtige warme bronnengebied. De Snaefell was volgens Jóhanna die ik even daarvoor aan de lijn had gehad een makkie om te beklimmen. Zij hadden dat een paar dagen eerder gedaan en hadden een prachtig uitzicht gehad. Snaefell, we komen eraan. In de buurt wachtten ons rendieren en een warme waterval.
    Het rijden met een auto door de woestijn is net zo vermoeiend als fietsen. Op papier zijn het niet zulke afstanden, zeker niet voor een auto. In de praktijk ben je heel wat tijd kwijt.

Was dit niet het dal waar die ene saga zich afspeelde? Die van Hrafnkels Freysgoða? Ik had niet gedacht deze reis iets met de saga's te maken te krijgen, weer een meevaller. Een informatiebord vertelde ons zelfs dat we naar de grafheuvel van Hrafnkel zelf stonden te kijken. De weg het dal uit is er een van de leukere soort...

Precies op het goede moment arriveerden we in de buurt van de Snaefell. De warme kleurtoon van de laagstaande zon bracht het gifgroen van het mos tot stralen. Wow, dit is ongekend. Zoveel intense kleur overal om ons heen. De camping was zo goed als verlaten. Veel beschutting voor de tent was er niet, gelukkig bleken we die niet nodig te hebben. Na een snelle hap reden we door tot aan de gletsjer zelf. Echt een leuke weg om met een terreinauto te doen... De ijsgrot was leuk maar niet spectaculair. De weg terug, opnieuw in de mist, iets waar we niet omheen konden.
    De volgende dag zouden we goed weer hebben, dat was ons beloofd door de weermannen. Een vrij uitzicht vanaf de makkelijk te bereiken top zou ons deel worden. Zo makkelijk was het echter niet. Na weer een zeer steil stuk vond Bonny het wel best en keerde terug naar de auto. Mijn benen waren nog niet hersteld van het hardlopen en ik had dan ook het idee dat ik niet snel vooruit kwam. Ik had er ook geen idee van waar ik de top kon verwachten. Daarbij kreeg ik weer het Remi gevoel. Alleen op de wereld met als doel een volgens zeggen zeer makkelijke berg te beklimmen. Waarom voelde het dan niet zo? Ik kon zien dat er nog meer steile stukken met losliggend gravel in het verschiet lagen. Na die overwonnen te hebben kwam pas mijn echte beproeving. Het was er zeer steil en helder wit.
    Een helling vol sneeuw, daarboven een top. Maar was het dé top? IJsland kennende vast niet. Duidelijke sporen trokken lijnen loodrecht tegen de helling. Onmiskenbaar IJslanders: zig-zaggen en haarspeldbochten kennen ze niet. De route was overduidelijk. Het was aan mij die te nemen.
    Ik kende geen sneeuwhellingen. Nooit op wintersport geweest, en deze leek me erg steil. “Nee, het is echt een makkelijke berg, je loopt zo volgens een paaltjesroute naar de top,” aldus Jóhanna. Ons idee van makkelijk is klaarblijkelijk niet hetzelfde. Haar te vertellen dat ik weer gefaald had een top te bereiken trok me ook niet. Ik zou ook niet blij met mezelf zijn om weer op te geven. Zo ver kon de top niet weg zijn. De bepakking anders dan mijn fotospullen liet ik op de grens van rots en sneeuw achter. Als ik de sporen zou volgen, uit zou glijden en naar beneden zou roetsjen zou ik in elk geval gestuit worden door de 'rotsdam' achter me. De afgrond even verder zou me bespaard blijven.
    Diep schopte ik de punten van mijn schoenen in de sneeuw. Zo baande ik me met het fotostatief in mijn linkerhand een weg omhoog. Mijn god, daar werd het nog steiler. Nu plantte ik ook de punten van het statief in de harde sneeuw. Mijn hartslag vloog omhoog en bereikte vast het niveau van de hardloopwedstrijd. Even verder was er weer kale rots. Een veilige oase in de witte woestenij. Daarvandaan was het minder steil naar de top die ik kon zien. Eenmaal daar aangekomen kwam het niet als een verassing dat de eigenlijke top ergens anders lag. Nog een sneeuwhelling! Deze stelde echter niet veel voor.
    Wel was het bitter koud, de wind stevig en regelmatig werd de top aan het zicht onttrokken door een wolkenflard. Het was duidelijk dat ik de top zou kunnen halen. Ik hoopte alleen dat ik terug niet mijn weg zou hoeven zoeken in de mist. Mijn gps gaf het aan. Ik had de top bereikt, met mijn hoofd 1835 meter hoog in de lucht! Verbazingwekkend dat die apparaatjes zo nauwkeurig zijn, officieel is de Snaefell 1833 meter hoog.
    Ik gaf me even de tijd om het te laten bezinken en het op me in te laten werken. Hier stond ik dan: Joe Simpson. Kon ik ver van me af kijken? Ja, enorm ver. Het was helder en ik had het gevoel de hele wereld te kunnen zien. Daar lag dat verrekte stuwmeer. Een paar topfoto's later besloot ik de kou te verlaten. Goede landschapsfoto's zaten er niet in. Volgens mij moet je daarvoor niet op de top van een berg zijn.
    Waarom wil je op de top van een berg staan? Omdat het kan. Meer zit er niet achter. Ik denk echter dat het niet anders is dan met reizen. Het doel zit hem niet in de bestemming. Het is de weg erheen met al zijn obstakels en hoogte- en dieptepunten.
    De steile sneeuwhelling naar beneden was een eitje. De zwaartekracht hielp me een handje en mijn schoenen zakten op eigen kracht al diep in de sneeuw. Nog even en ik zou me er thuis gaan voelen. In de diepte zag ik mensen aankomen. Ik was de rest van mijn bagage aan het omhangen toen een Duits sprekend stel de helling op ging. Zig-zaggend, zie je nou wel. Vast afkomstig uit een land met veel sneeuw. Zonder moeite wandelden ze omhoog. Vervolgens ging er een familie met kinderen omhoog. Misschien was het echt niet zo moeilijk.
    De volgende keer de Herðubreið maar beklimmen dan? Ook een makkie volgens Jóhanna. Alleen is het zeer aan te raden een helm op te zetten en moet je vooral de plek niet vergeten waar je omhoog bent gegaan. Daar moet je ook weer naar beneden, want er is slechts een plek waar dat kan.
    Voor wat het waard is: vanaf de parkeerplaats aan de voet van de Snaefell deed ik er twee uur en een kwartier over om de top te bereiken. De terugweg duurde langer want hier, op de flanken van de berg, vielen wel mooie plaatjes te schieten. Ik kom er vast nog eens terug. De Snaefell: een mooi stuk IJsland.

De warme waterval vormde een prettig einde van de dag. Om er te komen reden we met de ogen dicht over de stuwdam. Als je het niet ziet is het er niet. Na het badderen was het heerlijk slapen. Fietsen is vermoeiend, maar wij wilden de auto optimaal gebruiken en dat is minstens net zo vermoeiend. De huur kostte een vermogen maar tot nog toe was het 't geld zeker waard geweest. Morgen zouden we nog een mooie route gaan doen. Die waar Bonny weigerde, de weg door het Flateydalur.
    Het uitzicht vanaf de oude Ringweg is soms buitengewoon mooi. Vanuit het oosten komend met name het stuk voor Möðrudalur. En voor de zoveelste keer passeerden we de Goðafoss. Deze keer sloten we het hek achter ons. De weg was inderdaad van het stuiterende soort en met deze brede auto zaten we niet op tegenliggers te wachten. Die hadden we onverwachts veel en het waren allemaal IJslanders. Voor beginnende 4x4-rijders, zoals wij, is het een ideaal oefenweggetje. Het ene na het andere riviertje moest doorstoken worden en bijna bij zee moest een flink gedeelte door diep zand worden geploegd alvorens de auto ons de steile helling op bracht en we alle richtingen uit een prachtig uitzicht hadden. Het Flateydalur is zwaar goedgekeurd.
    Nog dezelfde nacht reden we naar Akureyri waar we 's ochtends de auto inleverden. Daarna regelden we de vliegtickets naar Reykjavík waar een iets kleinere terreinauto op ons stond te wachten. De fietsen gingen probleemloos met het vliegtuig mee. Voor ik het goed en wel in de gaten had waren we al in Reykjavík, door alle vermoeienissen was ik dan ook in slaap gevallen.



Jimny
De Jimny opende vele mogelijkheden. We konden makkelijk naar de Dynkur-waterval die ik graag wilde zien omdat het de laatste was op mijn lijstje van grote IJslandse watervallen. En we konden op ons gemak Snæfellsnes rondrijden, iets wat ons door de wind afgelopen jaar onmogelijk was gemaakt en wat ons voortijdige vertrek van IJsland inluidde. Het plaatje zag er als volgt uit. Eerst naar de Dynkur, terug naar Reykjavík, dan samen met Jóhanna naar de Baula en dan het rondje om 'IJsland in het klein' met een aantal interessante badjes.


Dynkur
De Dynkur was zeker de moeite waard. Geen kip te zien en het is een van de interessantere watervallen van IJsland. De weg ernaartoe is bij tijd en wijle door grote keien behoorlijk slecht. De Jimny had er echter geen moeite mee. Ik ben geen 4 x 4-deskundige. Ik vind wel dat een handgeschakelde auto veel meer controle biedt bij lastige passages dan een automaat. De Jimny wint het in elk geval op dit punt dik van de Linux die wij hadden.
    Omdat we toch in de buurt waren, met een auto is iets al snel in de buurt, reden we op de terugweg naar Reykjavík langs Geysir. De enige plek nog waar ik alle IJslandreizen ben geweest. Het stralende is er echter wel vanaf en zonder de Strokkur is er echt geen reden meer om er terug te komen.


Baula
Alle doelen waren behaald op een na. Nog even de Baula beklimmen en de reis was meer dan geslaagd. Bijna alles was anders dan de trip van vorig jaar. Het weer liet deze keer niets te raden over, ik wist wat me bij de Baula te wachten stond en mijn vertrouwen was zo groot dat ik ook wist dat ik de top zou halen. Ik nam mijn vertrouwde plekje in op de passagiersstoel naast Jóhanna en genoot van het landschap. Dit was iets wat ik samen met haar moest doen. Bonny bezocht ondertussen het kunstmuseum in Reykjavík.
    Op weg naar de eigenlijke berg viel me op dat er niet veel bosbessen aan de struiken zaten. Zo te zien hadden de planten te lijden gehad van de droogte. Iets noordelijker dan vorig jaar startten we de beklimming. Weer leek het erop of we bezig waren met een wedstrijd. Deze keer klommen we gelijk op. Ik begon me af te vragen wanneer die zone met kleine losliggende brokken zou beginnen. We zaten namelijk al behoorlijk hoog. Hoger dan ik vorig jaar gekomen was. Tot mijn grote verbazing stuitte ik ineens op een pad. WTF. “Hee Jóhanna, hier loopt een pad!” “Ja, en?” klonk het alsof ze altijd al had geweten dat er een soort van pad / route omhoog voerde. Ik had beter moeten weten. Ze houdt niet van gebaande paden en naar goed IJslands gebruik volgt ook volgens haar de kortste route naar de top een rechte lijn omhoog.
    Er zat zo hoog op de berg weinig anders op dan het “pad” verder te volgen en even later stonden we echt op de top. Het zicht was net als op de Snaefell onbeperkt. En ook hier maakte het niet veel indruk, tenminste niet in de zin van fotografisch interessant. In tegenstelling tot de Snaefell was het hier goed uit te houden in een t-shirt. Ik was blij de top gehaald te hebben, het gaf echter niet het euforische gevoel dat ik misschien verwacht had. Het ging te gemakkelijk. Alsof het al routine was.
    Deze dag hadden we niet lang het alleenrecht op de top. Via de 'zuidkant' kwamen verschillende mensen omhoog die onze kant van de berg kozen om af te dalen. In de afdaling kwamen we nog meer mensen tegen die omhoog wilden, waaronder een IJslander op groene rubberen kaplaarzen. Ach, waarom ook niet. Het was zonnig en zondag, het moet gek lopen wil je dan niet op elke bergtop in IJsland mensen treffen.
    Het was Jóhanna die de aanzet gaf tot het plukken van bosbessen. Met een beetje goede wil vielen er nog zat te vinden. Ik ontdekte een groepje Poppenorchissen waarvan de zaaddozen rijp waren. Ook leuk om thuis te zaaien.
    Op de terugweg was ik alvast bezig de vakantie van volgend jaar te regelen. Een lange fietsreis zouden Bonny en ik niet meer maken. Het leek mij echter leuk om volgend jaar met z'n allen een korte trip te doen. Ik had Jóhanna weliswaar op de fiets ontmoet maar we hadden nooit samen gefietst anders dan naar de bioscoop. Jóhanna had er wel oren naar. Het plan om de Fjallabaksleið syðri te doen viel in goede aarde en mocht die route op dat moment niet te doen zijn vanwege de stand van de rivieren dan zouden we kunnen uitwijken naar de Fjallabaksleið nyrðri. Ik liet mijn fiets daarom achter op IJsland... Zou het er dan toch van komen dat Bonny en ik de Fjallabak zouden bezoeken?


Snæfellsnes
De eerste stop was in Borgarnes, om precies te zijn: het 'Settlement Centre'. Ik ging er vooral heen om de tentoonstelling rond de saga-figuur Egill Skalla-Grímsson te zien. Ik ken de saga goed dus was het voor mij een peulenschil de scènes uit de saga te herkennen. Naar mijn mening ontbreekt er echter een: de beroemde kotsscène. Toen een broer van Jóhanna en ik ooit over de saga's te spreken kwamen was dit ook een van de eerste voorvallen die hij aanhaalde. Desondanks is een bezoek aan het 'Centre' de moeite waard.
    Vriendelijk werd ons de weg gewezen naar enkele plaatsen in de buurt waar opvallende gebeurtenissen uit de saga zich afspeelden. Met name wilde ik het aambeeld zien dat Skalla-Grím gebruikt zou hebben. Zonder veel moeite vonden wij zijn smederij.
    De dag werd beëindigd in het 'Schuttersputje'; ofwel de 'Landbrotalaug' uit het boekje van Willem. Het water had een heel beste temperatuur en we brachten er flinke tijd door.
    Naast de Dominicus gebruikten wij het boekje: 'Thermal pools in Iceland'. Op zich is het een leuke bezigheid om de badjes uit dit boek te gaan zoeken. Vaak echter wacht bij het vinden een teleurstelling. Het blijkt dat Willem al een goede selectie heeft gemaakt.

Snæfellsnes maakte zijn naam waar dat het IJsland in het klein is. Daarbij zou ik het 't Mývatn van het westen willen noemen. Een plek waar je vanwege de drukte in het hoogseizoen niet zou moeten komen.
    De F570 die aan de oostkant van de Snaefellsnesjökull loopt is een heel mooie weg. Vanaf de parkeerplaats die vlak bij de gletsjer ligt lijkt de top niet ver meer. Toen wij er waren was het bijtend koud en de top was door de wolken vaker niet dan wel te zien. Voor mij niet de ideale dag om weer een toppoging te doen. Anderen dachten er anders over.
    Als laatste zou ik nog willen noemen dat we het Berserkjahraun hebben bezocht en over het paadje hebben gewandeld. Dit alles natuurlijk vanwege mijn liefhebberij voor de saga's. volgende pagina


het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.