het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.


Jökulsárhlaup

De te volgen tactiek – of: hoe om te gaan met zelfoverschatting?
Jóhanna vond zich niet goed genoeg getraind om te starten. Ik stond er dus alleen voor.
    Het pad vanaf de parkeerplaats bij Holmatunga is smal en gaat steil naar beneden. Langzaam starten betekende dat ik later de hele meute moest inhalen er even van uitgaande dat ik sneller zou zijn. En waarom niet? De dood of de Gladiolen. Tussen al die fanatieke gezichten, met name die van de vrouwen, ging ik brutaal vooraan staan. Als ze mij wilden verslaan zouden ze me op zijn minst moeten inhalen. Fimm, Fjorir, Thiu, Tvö, Eitt, en weg was ik met een menigte achter me aan.
    Slechts een paar mannen moest ik voor me dulden. Opgefokt door de adrenaline stoof ik heuvel afwaarts. Op het vlakke beneden even consolideren en mijn ritme vinden. Het ging best goed en voor mijn gevoel heel snel. Snel klopte ook mijn hart. Ik wilde eigenlijk niet zien wat de hartslagmeter aangaf. Zoveel?!? Hoe lang ben ik eigenlijk al aan het rennen? Zo kort nog maar... Aangekomen bij het riviertje denderde ik door. Ik had geen zin in die plastic zakken. Al dat tijdverlies, moest ik later weer goedmaken.
    Wie de wandelroute kent weet dat er vlak na de waterbarrière een helling volgt. Ik weet het inmiddels ook. En die helling is een partij steil! Boven aangekomen wist ik dat ik het voor elkaar had. Een kilometer of vier afgelegd en de bovenbenen helemaal vol. De volgende zeventien kilometers zouden op karakter moeten. Een lichtpuntje was er: van de blessure had ik totaal geen last.
    Nog steeds had ik het idee redelijk snel te lopen. De schok was groot toen ik bij het eerste verzorgingspunt al vier minuten achter op schema lag. Aan de meter kon ik zien dat ik tekeer ging als een beest. Meer vermogen had ik niet. Ik werd niet ingehaald en haalde eigenlijk ook niemand meer in. De treintjes hadden zich gevormd en ik liep redelijk vooraan.
    Tevergeefs probeerde ik in het stuk naar het volgende drinkpunt wat tijd op mijn schema goed te maken. Bij het Vesturdalur aangekomen werden we als helden onthaald door de daar wachtende lopers van de 13,2km. De vele toeristen stapten netjes aan de kant en dachten waarschijnlijk bij zichzelf “die zijn helemaal gestoord”. Al met al lag ik al acht minuten achter op schema. Een goede tijd zou er niet inzitten. Net zo min als er nog veel puf in mijn benen zat. Gas terug nemen bleek ook geen optie. Een paar hartslagen per minuut minder gaf een gevoel een opgevoerde slak te zijn. Opgezweept door de adrenaline was er maar een snelheid: zo snel je kunt tot je er bij neervalt.
    De klim naar de Rauðhólar en daar voorbij vormde wederom een aanslag. Ik zag lopers voor me barsten, zelf probeerde ik me goed te houden. Vooralsnog lukte dat. De afdaling was een waar genot voor masochisten. Remmen, remmen terwijl je eigenlijk vooruit wilde. Probeer die coördinatie vast te houden. Het losse zand dat volgde voegde nog wat sloperswerk toe. Daarna werd het relatief eenvoudig. Over een uiterst smal pad, nauwelijks een voet breed, ging het richting Klappir.
    Voor me brak er weer iemand en hij begon te wandelen. Dat was een mooi richtpunt en een zekere prooi. Na op adem te zijn gekomen begon hij weer te rennen om daarna opnieuw te breken. Ik handhaafde mijn tempo, hoe hoog dat ook mocht wezen, maar slaagde er niet in dichter bij hem te komen. Hoe frustrerend. Of ik hem uiteindelijk nog heb ingehaald weet ik niet. Bij de Klappir geraakte ik boven de 8000 meter, ik bereikte de zone des doods. Vlak bij de afgrond stond iemand met een geel hesje. “Die kant moet je op”. Alsof ik rechtdoor zou rennen!
    Geen idee hoe ik over die rotspartijen heen ben geklauterd. Wel weet ik dat ik werd ingehaald. De eerste vrouw uit mijn groep. Die moest ik toch voor kunnen blijven, of toch op zijn minst bij kunnen houden? Uit mijn kleine teen kwam het. Ik hoefde alleen dat bevallige achterwerk maar te volgen, dan kwam de finish vanzelf. Ik slaagde erin een paar minuten vlak achter haar te lopen. De hartslagmeter gaf nu verontrustende waarden aan. Vanwege het uitzicht voor me? Die blonde wapperende paardenstaart? Of was het toch de bovenmatige inspanning? De enige optie was nu echt om gas terug te nemen. Hoe ver was het eigenlijk nog? Alleen maar heuvel af, toch? Bij het trappetje naar de camping was het laatste verzorgingspunt. Water, energie-drank. Ik had een excuus nodig om te stoppen. Remmen ging niet meer. In de struiken tegenover de tafel kwam ik tot stilstand. Meer water, meer pauze.
    Vrouwen nummer twee en drie passeerden me. Boeie. De finish halen was het enige dat nog telde. De tijd was toch al waardeloos. Mijn pijnlijke benen werden weer in gang gezet. Nog steeds geen last van de blessure. Ik zou het toch maar mooi redden. Vrouw nummer drie liep niet eens zover voor me op het gras van de golfbaan. Zou ik het proberen? Een blik op de hartslagmeter bracht me terug in de realiteit. Die gaf een waarde aan die tien slagen boven mijn hoogste hartslag ooit lag. Een dubieus nieuw record. Beter van niet. Rustig liep ik op de finish af. Bonny kon zo een mooie finishfoto maken. Op het laatste moment komt er dan toch nog iemand voor me lopen! Foto mislukt. En volgens Bonny stopte ik twee meter voor de finish lijn. Ik heb geen lijn gezien.
    In tegenstelling tot velen kon ik alweer lachen toen me de medaille werd omgehangen. Wat een absurde wedstrijd is dit eigenlijk. Ondanks de niet optimale voorbereiding had ik hem toch mooi uitgelopen. Mijn benen helemaal naar de gus, dat wel. Maar met die instelling was ik nu eenmaal vertrokken. Dat mocht dus geen verrassing heten. En de tijd? Die viel best mee: 2:03:17. En daarmee werd ik veertiende. Niet eens zo heel veel achter de nummer twee, qua tijd dan. De tocht was gewoon veel te zwaar voor mijn schema. En als ik niet als een Dolle Dries was gestart? Wel, wie weet.

Op 6 augustus 2011 wacht een nieuwe kans. Inmiddels wijzer geworden wordt niet elke training tot een wedstrijd of een conditietest gemaakt. Ook is een beter gebied gevonden om te rennen. Eerst werd een stukje Westerbouwing meegepakt met zijn steile hellingen aan de Rijnzijde, inmiddels omvat het trainingsgebied de hele Duno. Hier zijn hellingen die qua steilheid doen denken aan de 'Jökulsárhlaup'. Deze keer sta ik hopelijk een stuk beter voorbereid aan de start.

Naschrift: de voorbereidingen voor het hardlopen verliepen perfect en ik verwachtte een goede tijd te kunnen neerzetten op de 32,7km. Echter, zo'n beetje op de dag dat wij, Dorien (nieuwe vriendin) en ik, de IJslandreis zouden boeken werd ik ziek en kreeg een zware griep te verduren. De hardloopwedstrijd had toen geen zin meer en omdat deze wel een belangrijk doel van de reis was hebben we er helemaal vanaf gezien. Volgend jaar dan maar. In luxe, in een landhuis drie weken bijkomen en herstellen in Frankrijk bleek ook zo gek nog niet.



Goðafoss
Het fietsen ging zoals verwacht de dag na de wedstrijd niet van harte. Met uitzicht over de Öxarfjörður en met stramme pijnlijke benen werd mijn volgende mijlpaal bereikt. Het overschrijden van de 10.000km grens werd gevierd met een Polarbiertje. Voor Húsavík, vlak bij de Skeifárfoss zetten we de tent op.
    Het zwembad in Húsavík was een zegen voor mijn benen die vandaag met pap gevuld leken. Een vrouw liep wel heel apart. Toen ik Bonny er attent op maakte zei ze dat ik precies zo liep. Was dat niet de vrouw die net voor me was gefinisht? Na drie uur weken in het warme water vulden we onze voorraden aan in de supermarkt en hebben we in het haventje wat gegeten. Goh, zwembad, uit eten; het leek wel vakantie.
    Even voorbij Húsavík, vlak naast de weg aan de linkerkant, ligt een warm natuurlijk bad. We hebben er even gekeken. Al die rondzwemmende goudvissen zorgden wel voor de nodige verbazing. De temperatuur van het water was ideaal voor die beestjes, maar ze zouden toch een eenvoudige prooi voor de Noordse sterns moeten zijn. Hoe dan ook er zwommen er genoeg.
    Omringd door vele vogels stond ons tentje met prachtig uitzicht over het Mýrarvatn opgesteld. Ook deze dag hadden we niet veel kilometers afgelegd.
    De dag naderde dat we het fietsen op IJsland voor gezien zouden houden. Wij hadden geen zin meer om ook de terugweg nog op de fiets door de woestijn te trekken. In Akureyri zouden we definitief stoppen. Daar zouden we een terreinauto gaan huren om daarmee een aantal dagen door het binnenland te crossen. Vervolgens zouden we naar Reykjavík vliegen. De rest van de vakantie zouden we de beschikking hebben over de Jimny van Jóhanna. De vooruitzichten waren veelbelovend.
    In Akureyri konden we de fietsen stallen bij een andere IJslandse vriendin. Haar hadden we al jaren niet gezien. Toen ik haar echter bij de hardloopwedstrijd tegen het lijf liep, werd ik voor ik het goed en wel in de gaten had al op zijn IJslands omhelst. Met deze ontmoeting was ook direct het fietsenprobleem opgelost. Het blijft IJsland hé.
    Voordat we echt zouden stoppen zouden we nog wel de F899 fietsen. De tocht door het Flateydalur zou erg mooi moeten zijn. Het zou mooi zijn als we morgen die weg zouden bereiken. Maar eerst zouden er foto's gemaakt moeten worden van een overbekende waterval.

“Bah, moeten we nu weer naar die Goðafoss?” vroeg Bonny, “het is daar altijd klote weer”.
   “Ja, even een fotootje maken. De compositie heb ik al.” De opmerking over het weer klopt trouwens. Net zo goed als dat je voor watervallenfotografie bewolkt weer nodig hebt.
    Volgens mij heb ik ooit geschreven dat ik nog nooit een mooie foto van de Goðafoss heb gezien. Misschien is het wel geen mooie waterval. Toch had ik bij een van mijn Goðafoss foto's van 2007 het idee dat deze compositie het moest zijn. Alleen het licht deugde destijds niet, teveel contrast naar mijn smaak. Van veel contrast zou vandaag geen sprake zijn. Naarmate we de Ringweg naderden werd de bewolking zwaarder en was de weg zelfs nat. 'Please', even geen regen, ik heb slechts een moment nodig om die foto te maken.
    Met frisse tegenzin naderde Bonny het kruispunt. Plots was daar de omslag. Rechts lonkte de weg naar Akureyri, links wachtte de vermaledijde (om)weg naar de waterval. Bonny was echter niet meer te houden. In volle vaart ging het heuvelafwaarts. Wat krijgen we nou? Bij de oprit naar het tankstation, annex winkel, annex cafetaria zag ik de vlag ook. De North 66 vlag die op Bonny dezelfde aantrekkingskracht had als een rode lap op een stier. “Zouden we niet liever eerst een foto maken. Het is nu even droog.” Het kostte moeite, dat wel. Mijn charmante assistente besloot me te vergezellen. Rap liepen we naar de beoogde plek. Op elkaar ingespeeld stelden we de apparatuur vliegensvlug op. De compositie was snel gemaakt. Op mijn commando trok Bonny de paraplu voor de lens weg om deze na het klikken van de sluiter onmiddellijk weer voor het glas te houden. Geen druppel van het opstuivende water? Mooi. Wegwezen dan.
    Het resultaat van deze exercitie is dusdanig dat ik nooit meer terug hoef naar de Goðafoss. Althans niet om er foto's van te maken. Meer zit er voor mij niet in, en ik ben er tevreden over. Nieuwe North 66 kleding werd overigens niet aangeschaft... Met het hardlopen had ik trouwens wel een t-shirt van dit merk verdiend. Echt wel een collectors-item!
    Een paar kilometer voor de afslag naar het Flateydalur zetten we de tent op langs de rivier. Morgen zou het flink hobbelen worden over een ongetwijfeld avontuurlijke weg. En we zouden ogen te kort komen om al het moois te aanschouwen. Het zou anders lopen. Tijdens het openen van het toegangshek knakte er iets bij Bonny. Ze zag de bui al hangen en had geen trek meer in het gehoebeldeboemel. Zo werd dit plots onze laatste fietsdag op IJsland. Voordat we naar Akureyri vertrokken bezochten we nog even Laufáus waar chocolade taart het vakantiegevoel weer terugbracht. volgende pagina

het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.