FIETSTOCHT IJSLAND
ZOMER 2007

Over deze fietstocht heb ik drie artikelen geschreven:
– onderstaand,
– over IJslandse Saga's, op www.ijslandse-saga.nl, onder sagareis 2007, en
– over IJslandse Honden, op www.ijslandse-hond.nl, onder IJslanders op IJsland.

Alle artikelen zijn geïllustreerd met foto's. De “echte” foto's, niet zijnde kiekjes, komen op een eigen website: www.images-of-iceland.nl. Het zal nog even duren voordat deze site online is.

Veel plezier met het onderstaande reisverslag!

Tonny Buijs

April 2008

voorbereiding / route / materiaal / eerste indrukken / fiets op IJsland / over fietsers / verandering
dit is: pagina 4 van 7
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.


DE EERSTE INDRUKKEN VAN 2007

Het fietsen
De avond van de 15de mei gaat onze hond Grettir niets vermoedend mee met mijn moeder. Hij weet niet dat hij zijn baasje zo'n vier maanden moet missen. Daarna pak ik de laatste zaken in en zet de boel klaar om morgenochtend met enige orde te kunnen vertrekken.

 

  Het weer is al tijden slecht, en deze ochtend vormt geen uitzondering. Met bakken komt het uit de lucht, pijpenstelen regent het. De beladen fiets voelt als lood en oogt massief. Waar ben ik aan begonnen? Na honderd meter dient zich hier in Oosterbeek al een eerste klim aan, 9% of iets daaromtrent. Tijdens de klim raak ik in mijn regenkleding net zo doorweekt als ik zonder deze geweest zou zijn. Wie heeft dit onzinnige plan bedacht om weer op IJsland te gaan fietsen? Ik mag blij zijn als ik Oosterbeek uitkom. De trein rolt echter, een terug is er niet meer.
  Eenmaal op vlakke weg blijkt dat het fietsen minder zwaar is dan gevreesd. Eenmaal in beweging doen de goede wiellagers hun werk. En 's middags breekt ook de zon nog door. Die zou me, behoudens de nachtelijke verdwijningen, de eerste maanden niet meer in de steek laten. Op IJsland zelfs 's nachts niet. En hoe zonnig het was blijkt wel hieruit: voor het eerst van mijn leven is de achterkant van mijn oren verbrand door de zon...
  Het loopwerk van de fiets mocht dan in orde zijn, de aandrijving kende een zwak punt: de knieën. De tweede dag begon mijn rechterknie geïrriteerd te raken en dat werd van kwaad tot erger. Door de zadelhoogte aan te passen kon ik verscheidene keren de knie schijnbaar ontlasten omdat de pijn verdween. Toen de ideale zithoogte bereikt was, bleek de pijn toch hardnekkig. Het was voornamelijk mijn rechterknie die opspeelde, maar links begon zich ook te roeren. Op een gegeven moment was de pijn zo erg dat ik niet meer met een lange broek aan kon fietsen. Toen vreesde ik dat ik mijn knieën totaal in de poeier aan het fietsen was. Opgeven was echter geen alternatief. En vreemd genoeg had ik nauwelijks pijn als ik een korte broek droeg.
  Bonny die met de trein richting Hanstholm kwam bracht kniebanden mee. Dat beetje extra steun hielp goed. Na een tijdje deed mijn rechterknie geen pijn meer en toen speelde de linker een tijdje op. Pas na een week of vijf kon ik de kniebanden afdoen en heb ik geen last meer gehad. Ik denk dat dit wel illustreert hoeveel bagage ik bij me had.
  En dit speelde in Denemarken. Een vrolijk oud mannetje komt ons fietsend tegemoet. Hij neemt mij en mijn fiets nieuwsgierig op. We groeten elkaar vriendelijk en fietsen door. Niets aan de hand, tot hij eens goed in zijn achteruitkijkspiegeltje keek, zag wat ik nog meer achter de fiets had hangen en pardoes bijna van zijn fiets viel. Bonny die achter me fietste heeft hij waarschijnlijk niet eens gezien. Maar zij zag alles gebeuren.


Overtocht en hernieuwde kennismaking

Ik zag op tegen de bootreis. Het meest gevreesd: zeeziekte. Je kunt niet zeggen dat ik me niet goed had voorbereid. Ik had scopalaminepleisters voor achter mijn oor, kalmeringspillen, slaappillen en pillen tegen zeeziekte. Allereerst was ik blij toen ik de veerboot zag dat deze veel groter was dan de oude Norröna. Ten tweede hadden we een zeer rustige overtocht, zowel heen als terug. En dat heeft alles met geluk te maken, de terugtocht een week later bleek een stuk heftiger...
  Zo, was ik even opgelucht toen we IJsland in zicht kregen. Af en toe liet zich een walvis zien. Besneeuwde bergtoppen, afgetekend in een strak blauwe lucht, lachten ons tegemoet. Welkom thuis vreemdeling straalden ze. De voortekenen waren gunstig.

  

  De haven van Seyðisfjörður bleek veranderd, deze was aangepast aan de grotere boot. Voor de rest leek de tijd te hebben stil gestaan. Tijdens onze wandeling bergop, (jawel, zelfs de training in Denemarken bleek niet voldoende om deze bergpas helemaal fietsend te bedwingen en dan zat ik ook nog met mijn knieën die ik wilde ontzien), zagen we dat er druk gegraven werd om een of andere pijpleiding aan te leggen. Bij ons vertrek waren ze daar nog mee bezig. Door alle grondverzet was het interessant om te zien dat in elk geval bovenop de pas de diepe bodem gewoon uit een grote ijsklomp bleek te bestaan, een soort van 'perma frost'.

 

  Ook in Egilsstaðir was er volop bedrijvigheid. Overal werden huizen uit de grond gestampt en op weg naar de Hengifoss bleek dat er veel asfalt was bijgekomen en een nieuwe brug was gebouwd. Bij de weg onderaan de Hengifoss was een zeer luxe pick-nick gelegenheid verschenen. De route naar de waterval was eens niet meer dan een breed schapenpaadje maar is verworden tot een vierbaansweg. De hernieuwde kennismaking bleek ook een schaduwzijde te hebben. Desalniettemin viel er opnieuw veel te genieten in dit gebied. Het is voor mij een zeer rustgevende omgeving.

De eerste nacht brachten we badend in de zon door aan de oever van de Lagarfljót. Telefonisch hadden we contact met vrienden uit Nederland die op dat moment zwaar in de kou en mist op Langanes zaten. We moesten wat afspreken voor de barbecue op IJsland. Die hadden Bonny en ik namelijk gewonnen met de kerstpuzzel die zij hadden georganiseerd (de reis zelf was niet inbegrepen...).
  Binnen een paar dagen zou die moeten plaatsvinden en het kwam zo uit, dat we toen net de weg over de Hellisheiði aan het beklimmen waren. Dat betekende in ons geval weer een flinke wandeling. En Bonny protesteerde ook niet toen ik na bijna iedere haarspeldbocht de fotospullen weer van de fiets haalde. Weer een extra pauze... en dat bij dit uitzicht: stralende zon, strak blauwe lucht, rondom besneeuwde bergtoppen en een zicht van zeker honderd kilometer.

  
 

  Aan elke beproeving komt een eind. En na op de top nog wat foto's gemaakt te hebben in de sneeuw konden we beginnen aan de lastige afdaling. Bijna beneden kreeg ik de eerste lekke band en laat ons nu net een dikke SUV tegemoet komen met twee lachende Hollandse gezichten daarin. Even een bandje plakken, een mooi plekje aan de kust vinden en dan kan de brand in de kolen. Het eten heeft ons wel eens minder gesmaakt.

    

Welvaart
In 2000 schreef ik dat IJslanders in elk geval twee dromen hadden: een grote vierwielaangedreven auto voor de deur en een eigen vakantiehuisje. Zie dan: binnen zeven jaar hebben ze die dromen weten te verwezenlijken. Ze bezitten niet alleen 4 x 4 wagens, vaak zijn dat ook nog van die enorme, meestal Japanse, superjeeps. En in zekere zin is deel twee van die droom ook uitgekomen. IJslanders kiezen niet alleen voor het traditionele vakantiehuisje: een chalet in een bos. Velen nemen hun tweede huis mee. De ene camper is nog groter dan de andere. Want wat is makkelijker en leuker dan je tweede huis mee te nemen door gans het land en dan eens lekker te gaan barbecueën? IJsland is verworden tot een land van Winnebago Warriors, trotse vikingen als ze eens waren.
  De helft van de IJslanders heeft zoveel geld dat ze van gekkigheid niet meer weten wat ze ermee moeten doen. Dat is geen uitspraak van mij, maar van enkele IJslanders zelf. Toch heb ik verscheidene IJslanders prullenbakken zien doorzoeken. En die zagen er niet uit alsof ze de jack-pot gewonnen hadden.
  De IJslanders die ik sprak konden niet echt verklaren waar hun rijkdom “ineens” vandaan kwam. De toeristenindustrie groeit weliswaar, maar voorzover ik kan overzien hebben ze hun zee bijna leeggevist en zal de belangrijke visserijsector klappen krijgen of al hebben gekregen. Het meest gegeven verklarende antwoord was dat IJslands geld dat overzee werd geïnvesteerd zeer veel rendement had opgeleverd.
  Een uiting van de toegenomen welvaart is misschien ook nog het “enorme” contingent buitenlandse arbeiders, voornamelijk Polen, dat de groeiende IJslandse economie draaiende moet houden.
Op moment van schrijven, eind maart 2008, duikelt de IJslandse kroon in een vrije val. Zal de rijkdom van de IJslanders weer smelten als sneeuw voor de zon?

De toegenomen welvaart van de IJslanders bleek ook nog uit iets anders. In zwembaden was duidelijk te zien dat niet alleen hun auto's in omvang waren gegroeid. Voor velen zou het niet slecht zijn een paar rondjes Ringweg te fietsen. In Nederland zal dit ongetwijfeld ook het geval zijn, alleen kom ik daar nooit in een zwembad, het water is me in het kikkerlandje veel te koud.
  En zo is ook het beeld op de camping veranderd. Was je in 2000 nog spekkoper met een vouwwagen, nu krabbel je daarmee toch behoorlijk achteraan. Om nog enigszins serieus genomen te worden, in het geweld van campers – complete autobussen – en caravans – van het formaat waar Frans Bauer jaloers op zou worden – , dan moet je vouwwagen wel uit de buitencategorie qua formaat zijn. En ach, IJslanders in een tentje… dat moeten welhaast idealisten zijn.
  Eerlijk is eerlijk, je hebt altijd baas boven baas. Was het Jan de Rooy die kwam trainen voor Parijs – Dakar 2008? We zagen het gevaarte, een tot camper verbouwde vrachtwagen, op de camping van Akureyri. De voerman van het vehikel was een Duitser met ongetwijfeld een heel klein pikkie. De volgende stap in deze wedloop is waarschijnlijk een op een onderstel van een Leopard II tank gebouwde kampeercabine. Dan kun je waarlijk met je ogen dicht de Sprengisandur rijden en heb je het avontuur dat IJsland heet voorgoed de nek omgedraaid.
  Deze Duitse expeditie-wagen bleek overigens niet de enige in zijn soort. Deze was nog bescheiden groen, maar we hebben ze ook in onze nationale kleur oranje gezien. Met Zwitsers aan het stuurwiel, dat dan weer wel.
  Dit transportmiddel vormt natuurlijk de comfortabele mogelijkheid om aan de massa te ontsnappen en op moeilijk bereikbare plekken te komen. Als fotograaf zou ik graag zo’n ding hebben… Aan de andere kant is het de doodsteek voor avontuurlijk IJsland.


Vesturdalur

De eerste grote en voor mij nieuwe toeristenattractie die de handjes weer op elkaar kreeg was het Vesturdalur. Ásbyrgi vond ik tegenvallen, een steile klif in de vorm van een hoefijzer, misschien is het te groot om in een beeld te vatten. Mijn gevoel kon er in elk geval niets mee.

  

  Bij het Vesturdalur daarentegen zijn zoveel mooie, gekke en intieme plekjes dat ik weer mijn ogen uit keek. Op een beschutte plek, door het micro-klimaat dat daar heerste, stonden al heel veel planten volop in bloei. De talloze geraniums staken elkaar de loef af wie het meest blauw / paars kon stralen en ook de orchideeën lieten zich hier niet onbetuigd. Een kleine waterval maakte het plaatje compleet.

  
  
   

  Een eindje fietsen verder bracht ons bij de Dettifoss. En die was toch wel indrukwekkend... Het watergebulder klonk als het lied van de Sirenen. Als je er maar lang genoeg bij staat, dan brengt het monotone gedreun dat je door heel je lijf voelt, je automatisch in trance en krijg je vanzelf de aandrang naar beneden te springen. Ik heb hier 's nacht heerlijk een paar uur kunnen fotograferen zonder iemand tegen te komen.

 

  Voor wandelaars, en fietsers (die daarvoor wel met fiets en al een beetje moeten klauteren) ligt hier een kleine verborgen “camping”. Het belangrijkste van deze plek is dat je hier legaal in het natuurpark kan kamperen en ook niet onbelangrijk in deze droge uithoek is de aanwezigheid van een paar jerrycans met drinkwater (Gps-coördinaat camping Dettifoss: N65°48.909 WO16°24.169). (volgende pagina...)

voorbereiding / route / materiaal / eerste indrukken / fiets op IJsland / over fietsers / verandering
dit is: pagina 4 van 7
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.