MATERIAAL
Het wieltje op basis van een XTR-naaf voor mijn BOB-Yak aanhanger heeft
het naar verwachting goed gedaan. De BOB bewees zich weer een betrouwbare
kameraad. Overigens zijn er nu ook BOB modellen met vering. Ik heb er
verschillende gezien.
Het achterwiel dat ik speciaal had laten bouwen voor de
fiets heeft zich perfect gehouden. Geen enkele spaakbreuk, ondanks meer
gewicht dan bij vorige reizen en een veel extremer wegdek. Hulde voor
de wielbouwers!
De nieuwe banden, Schwalbe Marathon Suprême, hielden
zich super. Zowel op asfalt als op gravel kwam ik er goed op vooruit.
Het aantal lekke banden bleef ook zeer beperkt. Ik kan ze zeker aanraden
voor IJsland.

Wat wel kapot ging was de bagagedrager aan de voorkant.
Het stuk waar ik een extra standaard aan had bevestigd brak af en aan
de andere kant trilde het boutje zodanig los dat het dol raakte. Met
stevige tie-rips kon ik dit probleem verhelpen. Ongetwijfeld heeft het
ook geholpen dat ik daarna minder zware spullen in de voortassen heb
gedaan.
De fiets op zich gaf ook geen problemen. Weliswaar braken
zowel de voor- als achterstandaard af, maar dat was altijd al iets wat
te verwachten viel vanwege alle bagage.
Een
keer zaten we met een echt probleem. Nota bene met de Koga-Miyata World
Traveller van Bonny. Zonder aanwijsbare reden deed opeens de aandrijving
het niet meer. De achternaaf was dol! Dat je naar achteren kunt trappen
zonder de fiets in beweging te krijgen is normaal, Bonny kon het nu
ook als ze vooruit trapte. Voordat ze geld pinde bij de bank was alles
oké. Toen ze weg wilde rijden hadden we opeens een groot probleem.
Wij bevonden ons toen in Hvolsvöllur. Eerst volgde telefonisch
overleg met de fietsenmaker in Nederland. Al snel bleek dat we een nieuw
“moeilijk” onderdeel van de naaf nodig hadden. Voor IJslandse
begrippen betekent dat simpel gezegd een geheel nieuw achterwiel.
Ik had mijn handen nog nauwelijks zwart van het sleutelen,
toen kwam er al een IJslander poolshoogte nemen. We maakten hem ons
probleem duidelijk en hij had nog wel een fiets staan waarvan we het
achterwiel mochten hebben. Ik reed met hem mee en oordeelde dat dat
wiel er niet veelbelovend uitzag. Ondertussen was hij druk aan het bellen
met de fietsenwinkel in Selfoss. Wij mochten zijn auto wel lenen om
daarheen te rijden. Nu stap ik voor geen goud in een auto en wij hadden
sowieso onze rijbewijzen niet bij ons. Uiteindelijk liftte Bonny met
het gedemonteerde achterwiel bij zich naar de gewaarschuwde winkelier
in Selfoss en een paar uurtjes later was ze terug met een gloednieuw
achterwiel. Weliswaar niet van IJsland kwaliteit, al rijden IJslanders
er zelf mee rond (als ze al op een fiets zitten), maar Bonny heeft er
de rest van de tocht mee kunnen volbrengen.
Wat eigenlijk niet op zijn taak berekend bleek, waren mijn
remmen (remblokjes op velg). Met al het extra gewicht van de foto-uitrusting
bleek het afdalen van een berg met een gravelweg geen sinecure. De snelheid
mocht in geen geval te hoog oplopen, omdat op tijd remmen, bijvoorbeeld
voor een haarspeldbocht, dan helemaal onmogelijk was. En dit valt behoorlijk
tegen op hellingen van 10 - 12 of meer procent. Blijven remmen was het
motto. Het zal ook geen toeval zijn dat ik juist op deze hellingen relatief
vaak een lekke voorband kreeg.
De GPS was niet echt nodig. Ik wist altijd wel waar ik was,
zoveel wegen zijn er niet. En dan komen toeristen met een dikke gehuurde
4 x 4 vragen waar ze ergens zijn... Toch is zo’n apparaat geen
overbodige luxe. Kom je onverhoopt wel in problemen dan kan het wel
je leven redden.
De tent, de Hilleberg Staika, heeft bewezen een fijne tent
te zijn met een mooie onopvallende groene kleur. In mijn eentje had
ik lekker de ruimte en met Bonny erbij hadden we net genoeg vrijheid.
Er passen naast elkaar precies twee Term-a-rest matjes in. De tent heeft
zich die paar keer dat ik slecht weer had goed gehouden. Te weten: zeer
harde wind, veel regen of een combinatie van beide. Een vervelend nadeel
heeft hij echter wel. De losse flap voor bovenop de tent om de ontluchtingsgaten
af te dekken is te klein. Bij regen of bij dauw loopt het water langs
de rand van die flap een geopende binnentent in. Heel irritant... Een
iets ander ontwerp of een iets grotere flap zou aan deze ellende een
eind kunnen maken.

Nog een paar kleine dingetjes wat betreft de tent. De ritsen
voelen niet echt solide aan. Zonder dat ik er problemen mee heb gehad
overigens. En wanneer je bij de “deur” het binnen gedeelte
wegritst zodat alleen het muggennet de opening afsluit, dan moet je
het losse doek naar beneden toe oprollen en met lusjes van elastiek
vastzetten. Dat verdiend zeker geen schoonheidsprijs en ik vond het
ook hoogst irritant. Liever was het me dat je dit doek zijwaarts los
ritst en aan de zijkant vastzet.
En dan nog een suggestie voor een laatste verbetering: op
het punt waar drie ritsen bijeenkomen blijft een opening bestaan waar
kleine beestjes toch nog door naar binnen kunnen komen. Dat is deze
tent eigenlijk onwaardig.
Het waterfilter hebben we niet gebruikt. Het IJslandse water
is gewoon goed, al stonden door de langdurige droogte op een gegeven
moment veel riviertjes nagenoeg droog. Dit overgebleven water dronk
ik toch liever niet. Toen ik bij de Hvítserkur zonder (goed)
water dreigde te raken boden twee Nederlandse families met hun comfortabele
kampeerauto’s uitkomst. Nog bedankt mensen! Zij hadden hun campers
opgeofferd door daarmee de Kjölur te rijden. Dat zal ongetwijfeld
een tocht zijn geweest die ze niet licht zullen vergeten. Uit verhalen
wist ik al dat deze weg in slechte staat was, enkele weken later ondervond
ik zelf hoe slecht!
Problematisch was wel de MSR-benzinebrander die we hadden.
Met het vorige model hebben we vele jaren min of meer probleemloos gekampeerd.
Het vernieuwde model bleek duidelijk geen verbetering. Op een gegeven
moment scheurde het rubbertje van het pompmechanisme. Onbegrijpelijk,
tot je het rubbertje ziet... En ik keek helemaal vreemd op toen ik de
reservekits uit Nederland kreeg. Die “rubbertjes” bleken
van een heel ander materiaal. En nu is het van tweeën een. Of MSR
stopt ondeugdelijke rubbertjes in hun product en mag je als de nood
aan de man is betere reserveonderdelen aanschaffen. Je zult maar lekker
zonder kookmogelijkheid in het IJslandse binnenland zitten. Of het reservemateriaal
is nog slechter dan het origineel. Op dat moment, en nu nog, had ik
het helemaal gehad met dat “gerenommeerde” merk. Het kost
ook allemaal niks, namelijk...
Van een stel Nederlanders had ik inmiddels een zeer eenvoudig
gasbrandertje gekregen en omdat de benodigde gasbusjes redelijk makkelijk
te verkrijgen bleken, heb ik daar de rest van de reis op gekookt. Voordeel
van een gasbrander is ook nog dat het niet zo’n roetbende geeft
als met een benzinebrander.
Fotografie
Een fotoreis op de fiets is niet in alle gevallen ideaal. Het materiaal
krijgt het zwaar voor de kiezen door al dat gestuiter over slechte wegen.
Bij een Sigma lens trilde de voorlens los en mijn oude Gitzo statief
kon ik weggooien omdat ik deze tijdens het fotograferen van een waterval
in het water had geparkeerd en daarna vergeten was de poten en de ringen
af te drogen met als gevolg dat het mechanisme aan elkaar is geoxideerd.
Met al de spullen die ik al meesleepte had ik graag nog
een statief gehad, of liever gezegd een ander. Mijn Benbo statief was
echter totaal versleten en daarom had ik deze Gitzo Reporter meegenomen.
Man, wat heb ik zitten klooien bij het maken van laag-bij-de-grondse
macro-opnamen. Dat is met een Reporter echt niet te doen. Een Benbo
kun je in alle hoeken en standen zetten, en tjonge wat miste ik dat
nu. Voor de rest voldeed de foto-uitrusting. Met een beetje stroomdiscipline;
alle batterijen opladen zodra er een stopcontact in zich was, heb ik
nooit zonder energie gezeten (vier batterijen voor de D200, twee voor
de D70 en twee imagetanks).
Bonny nam de kapotte Sigma lens mee terug naar Nederland
voor reparatie. Die was echter niet op tijd klaar voor het tweede deel
van Bonny’s reis en daarom besloot ik een Nikkor 1.4 50mm lens
te kopen (in Nederland wel te verstaan!). Vooral voor de IJslandse Hondenfotografie
bleek dit een schot in de roos.
Het meeslepen van alle fotospullen is een extra belasting
op de toch al niet kinderachtige arbeid die het fietsen op IJsland vereist.
Omdat we meestal mooi weer hadden en het mooiste licht voor een fotograaf
op IJsland nu eenmaal midden in de nacht te vinden is, tenminste in
deze periode, draaide ik dubbele diensten. Overdag fietsen, ’s
nachts fotograferen, het was dan ook niet vreemd dat de kilo’s
er weer afvlogen, en dat er op momenten dat het kon, goed geslapen werd.
Aan de ene kant ben je als fietsende fotograaf rustig onderweg
en zo in staat geen mooie plek te missen, of onverwachte kans te missen
(als je het mentaal tenminste op kunt brengen telkens de foto-uitrusting
van de fiets te halen). Aan de andere kant ben je ontzettend lang onderweg
naar een bekende mooie plek. Een Landroverfotograaf heeft het wat dat
betreft makkelijker. Overdag rij je naar een mooie plek en dan kun je
in alle rust wachten op de juiste lichtomstandigheden en de camera’s
liggen tijdens het rijden gebruiksklaar naast je...
Voor de rest kun je je hart ophalen aan alle fotografische
mogelijkheden die IJsland biedt. Voor elk wat wils, het is maar net
waar je belangstelling naar uitgaat.

Niet alles is eenvoudig te fotograferen. Núpskatla
bijvoorbeeld is voor vogelaars een zeer interessante plek, maar fotografen
kunnen er niet of nauwelijks uit de voeten om vogelfoto's te maken.
En die twee fantastische kraterpijpen (?) daar voor de kust zijn inderdaad
zeer indrukwekkend, probeer er echter maar eens een mooie compositie
van te maken. Ik ben zelfs helemaal onderlangs gelopen om vanaf de waterlijn
iets te proberen. Op een gegeven moment kon ik niet verder en moest
ik voor mijzelf toegeven, dat ondanks het schitterende onderwerp, ik
er geen goede foto van kon maken.

Iets dergelijks speelt voor mij met de Goðafoss. Ik
heb er zeer veel tijd en moeite ingestoken, ben er nu drie keer geweest,
en heb nog het gewenste plaatje niet. Ondanks dat er daar per dag duizenden
foto's worden gemaakt, heb ik er nog nooit een overdonderende foto van
gezien. Het kan verkeren.
De D200 sensor heeft trouwens de landschapstest niet goed
doorstaan. Opnamen die op hetzelfde moment, met dezelfde lens, van hetzelfde
landschap gemaakt zijn, vallen uit in het voordeel van de (Velvia) dia.
De dia's hebben iets extra's, wat precies kan ik niet onder woorden
brengen. Iets met sfeer en zo... (volgende
pagina...)