het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.


Aankomst
Met een lachje om haar lippen kwam Jóhanna vrijdagavond de trappen af. Even later waren onze fietsen gestald en was 'mijn' logeerkamer ingericht. Vreemd om weer 'thuis' te zijn. De lasagne die ons werd voorgezet was op zijn Jóhanna's, mooi dat sommige dingen niet veranderen.
   Met militaire precisie werd die zaterdag inkopen gedaan en werden de voedselpakketten gereedgemaakt. Met verbazing werd een en ander door IJslandse ogen gadegeslagen. Nog een laatste ritje wachtte onze IJslandse chauffeuse. Het afleveren van de pakketten bij de Ferðakompaníið waar Edwin voor de rest zou zorgen; één pakket naar Nýidalur en één naar Askja.
    Nu stond een stukje ontspanning in de vorm van een hardlooptraining op het programma. Het zou een rustige loop moeten worden. We liepen langs de Rauðhólar en door Heiðmörk. Jóhanna liep haar gebruikelijke ronde en wees de weg. Ik wist niet hoe ver we zouden gaan en het was voor het eerst dat ik met iemand samen liep. De weg wees zich in het begin vanzelf en we liepen naast elkaar. Daarna volgde ik. Voor ons rende een ander stel. “Die kunnen we hebben,” riep ik. Aldus geschiedde. Ik weet niet of daar de race begon, of dat deze eigenlijk al bezig was. Op mijn hartslagmeter zag ik cijfers die van grote inspanning getuigden. Stress van het vliegen? Spanning voor de komende reis? Het weerzien? Het zware IJslandse terrein met al die losse gravel waar we nu helling op, helling af overheen gingen? Na een tijdje nam ik de kop over. Kijken of mijn eigen tempo verlichting bracht. Niet echt. De blessure begon op te spelen en ik had geen idee hoe ver we nog zouden gaan. Ik deed afstand van de kop en keek in het bezwete gezicht van Jóhanna. Een vastberaden blik liet bij haar niets te raden over. Het was een blik die ik inmiddels goed kende. Voor het eerst zag ik die toen ik haar op de fiets inhaalde op de helling naar de Vatnsskarð voor Varmahlíð. Daarna toen we samen de Baula beklommen. Misschien herken ik mijzelf in die blik, of wil ik mijzelf daar onbewust in herkennen. Ik weet wel dat dit een van de redenen is dat ik haar zeer mag.
    De pijn rond mijn achilles begon aanzienlijk te worden en de waarden op de hartslagmeter lichtelijk absurd. Ik liep twee a drie slagen onder mijn maximumwaarde. Kortom ik liep volle bak, en Jóhanna dan? Zij was in haar e-mails blijkbaar toch te bescheiden geweest – “ik ben weer een stukje wezen joggen en jouw tempo zou ik toch niet kunnen volgen”. Zand in de ogen strooien noemen ze dat. Inmiddels herkende ik de weg. Rechtdoor, en we zouden snel terug zijn. Rechtsaf, en het zou een flink stuk verder zijn en zou ik noodgedwongen moeten opgeven vanwege de blessure. Gelukkig ging ze rechtdoor.
    Nu was het tijd voor een stukje psychologische oorlogsvoering van mijn kant. Ik gebaarde om een eindsprint aan te gaan, wetende dat ik al zo goed als op mijn top liep. Ga maar, gebaarde zij. Een echte sprint werd het niet. Ik versnelde iets, kwam echter nog niet los. Nog een versnelling en nog een. Totdat ik uiteindelijk een twintigtal meters los was. Zo eigenwijs ben ik dan ook wel weer.
    Tijdens het rekken vertelde ze dat ze zeker twee minuten sneller was dan ooit eerder op deze ronde. Ik denk dat we iets van 55 minuten hebben gelopen. Als dit slechts een rustig trainingsrondje was, wat zou me dan tijdens een race te wachten staan? Het lag in mijn bedoeling in elk geval voor haar te finishen. De sommetjes die ik in Nederland had gemaakt toonden dat dat niet echt een probleem zou moeten zijn. Rennen op IJsland bleek toch anders, zwaarder vooral, waardoor de snelheden van Jóhanna en mij in werkelijkheid niet echt veel verschilden.

's Avonds was het eten met de familie. Toen ik uiteenzette wat onze route zou zijn zag je het gezicht van Jóhanna's moeder verstrakken en ook haar vriend keek wat moeilijk. De verklaring daarvoor zat hem in de te doorsteken rivieren. In een van de rivieren op onze weg, de F752, zijn ooit familieleden of kennissen van hun verdronken. En de vriend kende het gebied waar wij door zouden gaan op de F910 / Dyngjufjallaleið / Gæsavatnaleið nog van de tijd, lang geleden, toen hij als buschauffeur werkte. In een rivier daar was in die tijd een Japanner verdronken.
    Voor wie het nog niet duidelijk is: rivieren doorsteken, op welke manier dan ook: te paard, te fiets, te voet, of per auto is op IJsland nooit zonder risico. Ik weet hoe serieus Jóhanna dit neemt. Ik sta er dan ook werkelijk versteld van hoe lichtzinnig sommigen die ik onderweg tegenkom hiermee omgaan. De rivier waar haar vriend het over had is volgens mij nu overbrugd en de rivier van de kennissen zouden we kunnen omzeilen (via de F881). Blijft natuurlijk het feit dat elke rivier onoverkomelijk kan zijn en dan rest wellicht niets anders dan om te keren tenzij er hulp komt.
    Het komt ook door Jóhanna en haar werkzaamheden voor de 'reddingsbrigade' dat ik meer rekening ben gaan houden met veiligheid. Dankzij Bonny's thuisfront, dat geen dag zonder haar stem kan, hebben wij voor het binnenland een satelliettelefoon bij ons. Samen met een gps, die onze exacte positie bepaalt, zijn wij in geval van nood in staat snel hulp in te roepen. Het is echter ook eenvoudig om afspraken te maken met de beheerders van de hutten in het binnenland. Laat weten waar je heen gaat en wanneer je verwacht terug te zijn. Bij terugkomst even afmelden en klaar is Kees. De beheerder in Nýidalur kende ons plan, wist wanneer wij verwachtten in Askja aan te komen en werd gerustgesteld toen hij vanuit Askja werd gebeld.



Glymur
In 2000 was ik al eens in het gebied rond de Glymur geweest, IJslands hoogste waterval (inmiddels de op één na hoogste), zonder de hele wandeling te hebben gedaan. Bonny kende de waterval nog niet, onder leiding van Jóhanna zou dat zeker gaan gebeuren. Het was een mooie wandeling (route tegen de klok inlopen), iets teveel mensen naar mijn zin (goed het was tenslotte een zondag en we leven niet meer in 2000). Echter, zelfs Jóhanna had iets van “wat is het hier druk” en die is wat toeristen betreft heel vergevingsgezind. Ach, zij heeft de mogelijkheid en de luxe overal op IJsland te komen buiten het seizoen om en overal alleen te kunnen zijn. Hoe druk het daar bij de Glymur geworden is bleek zes weken later toen het toeristenseizoen ten einde liep. Wij keerden terug om orchideeënzaad te verzamelen om dat thuis in Nederland te kunnen zaaien. Je kon nergens kijken zonder gebruikt wc-papier te zien rondslingeren. Dat is de prijs die je betaalt. Er toch maar een een schijthuis neerzetten? Ik denk niet dat er aan valt te ontkomen. Het past echter niet in mijn beleving van IJsland, maar dat zal inmiddels niemand meer verbazen. Het is zo dicht bij Reykjavík wel een goede plek om zaad van de Gevlekte Orchis te verzamelen dus wellicht keer ik er nog weleens terug.
    Dicht bij de Glymur ligt ook het in bedrijf zijnde walvisverwerkingsstation, of slachthuis. Op weg daarheen kwamen we heel toevallig, het blijft tenslotte IJsland, een kennis van Jóhanna tegen die op het station werkte. Hij kreeg een lift en kon ons mooi alles over het bedrijf vertellen toen we bij het station aankwamen. Informatie uit de eerste hand. Niet dat ik eens ben met de walvisjacht, het is echter een feit dat die werknemers meer dan behoorlijk betaald krijgen. Jóhanna sloeg bijna achterover toen ze hoorde wat haar kennis in korte tijd verdiende.

's Avonds zijn we de inmiddels traditionele pizza gaan eten in hartje Reykjavík. Een andere tent dan die van vorig jaar, dat moge duidelijk zijn. Jóhanna had de grootste lol toen ik in onvervalst IJslands mijn pizza bestelde. Bleek de cursus toch nog ergens goed voor. volgende pagina

het plan / geplande route / voorbereiding / aankomst / glymur / op weg naar askja / askja / jökulsárhlaup / goðafoss / terreinauto / jimny / dynkur / baula / snæfellsnes / informatievoorziening / tot slot

pagina 1 van 6
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6.