Verslag fietsreis IJsland
ZOMER 2009

we gaan weer / voorbereiding / voor vertrek / aankomst / de grote stad en de crisis / de route in wegnummers /
onderweg met Bonny: tussen Þingvellir en Laugarbakki / de Strandavegur / weg 622 / voorbij Ísafjörður / in Reykjavík / een nieuwe route

pagina 12 van 12
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12.

een nieuwe route
Ik kon natuurlijk niet in Reykjavík blijven. Ik moest ergens een grens stellen aan de gastvrijheid die me geboden werd. Nog steeds kon het Snæfellsnes plan uitgevoerd worden. Zelfs met een omweg kon ik nog ruim op tijd voor Bonny in Stykkishólmur zijn. De Brúarfoss was een doel op de nieuw uitgestippelde route. Dat is een mooie waterval die nog in mijn verzameling ontbrak. Daarna zou ik via Geysir en het Haukadalur de woestijn weer in gaan. En vervolgens zou ik me westwaarts een weg banen naar de afgesproken plaats.
   In een slakkengang bereikte ik de krater van de Hengill en daar zette ik de tent op. Het was weer even wennen buiten te slapen. Gelukkig lieten de elementen me met rust en kon ik hier naar hartenlust fotograferen. Ondanks mijn opspelende knieën kon ik terugkijken op een geslaagde dag. Het stemde me licht positief.
   De afdaling van de Hengill is steil. Om mijn velgen te sparen heb ik de steilste stukken naast mijn fiets gelopen. Dat zou niet moeten hoeven. Ik had echter alle tijd en waarom zou ik niet op safe spelen? Twee gescheurde velgen vond ik meer dan genoeg. Dat kon ik wel vinden, maar vlak voor ik weg 36 bereikte begon de fiets een bekend soort geluid en trilling te maken. Nee, he? Ja, toch!
   De derde gescheurde velg was een feit. En nog lekke banden gehad deze reis? Nee, wel drie kapotte velgen... De Schwalbe Marathon Suprême banden zijn wat IJsland betreft perfect. Mijn nieuwe voorwiel stond op het punt het te begeven. Deze keer nam ik alle maatregelen in een keer. De spanning in de band werd verlaagd en de remblokjes verwijderd. En toen? Met hangende pootjes terug naar Reykjavík?
   Zat er in Selfoss geen fietsenwinkel? Jawel, daar had Bonny in 2007 al eens een nieuw achterwiel gehaald. Selfoss lag hopeloos uit de richting, maar het was niet al te ver. Snel ging het fietsen niet. Het doel werd echter bereikt. Selfoss leverde me een nieuw voorwiel. Er zat niets anders op dan hier een plekje op de camping te zoeken. Het positieve gevoel van gisteren was grotendeels alweer verdwenen. Het is hopeloos wanneer je niet op je fiets kunt vertrouwen.
   De volgende dag kampeerde ik bij het bruggetje over de Brúará. De dag erna zou ik de waterval bereiken. Het enige vermeldenswaardige van deze dag is een totaal uiteengereten schaap dat midden op de weg lag. Ben benieuwd hoe die auto eruit ziet. De regen viel toen ik in mijn slaapzak lag. Mijn humeur werd er niet beter, maar ook niet slechter van.
   Op Willems aanwijzingen vond ik de Brúarfoss. Als fotograaf valt hier wel iets mee te doen en ik was dan ook wel even bezig. Op de terugweg kwam ik nog een stel Nederlanders tegen; de Dominicus van Willem in de hand. “Goðan daginn”, tenslotte had ik een fleece van 66º North aan.
   In het toeristenhoofdkwartier bij Geysir at ik een paar dure hamburgers. Samen met Laugarbakki is dit de enige plek waar ik tijdens alle drie de IJsland reizen ben geweest. De Strokkur deed nog steeds zijn werk, de plaats zelf verliest steeds meer glans. In het Haukadalur bos vond ik een mooi plaatsje voor de tent en na me gewassen te hebben in het nabije riviertje gloeide mijn lijf. Het was een mooie dag geweest en morgen zou ik de woestijn ingaan. Ik had me weleens slechter gevoeld.
   In de woestijn zat alles behalve het wegdek mee. Geen wind, voldoende zon en een schitterend uitzicht vielen me ten deel. Negen jaar geleden vertelde een dronken IJslander ons op de camping van Geysir dat er achter Geysir verder het binnenland in een mooie weg lag. “Daar,” zo zei hij, “ligt een berg met een tranend oog. Heel mooi!” Het is een soort van absurd dat ik die berg direct herkende toen ik hem zag. Ik had er tenslotte al die jaren niet aan gedacht. Helaas stroomde er geen water uit het oog. Daarvoor zal het wel te laat in het seizoen zijn geweest. Het smeltwater was op. Die dag passeerden me twee motorcrossers en een busje. En de nacht was stil, doodstil.
   Ik zag de buien in het westen al van verre hangen. Ik fietste er recht op af. Met elke wielomwenteling kwam de nattigheid dichterbij. Ik kon twee dingen doen. Stoppen voor de bui met weinig kilometers in de zak, of doorfietsen naar het zwembadje van Brautartunga – zonder enig idee te hebben waar het precies lag, hoe het eruit zou zien en waar ik eventueel mijn tent kwijt zou kunnen – en hoogstwaarschijnlijk een nat pak halen. Ik koos voor het laatste.
   In de afdaling die volgde na de woestijn knalde ik in een bocht met enorme wasborden in volle vaart bijna onderuit. Ik durfde nauwelijks nog te remmen vanwege mijn velgen. Dit kon echter ook de bedoeling niet zijn! Kort daarna reed ik in de regen. Je kunt wel nagaan wat dit met mijn humeur deed. Eenmaal in het heerlijke warme water van het bad, dat ik geheel voor mijzelf had, klaarde ook mijn humeur weer op. Voor de tent restte slechts een oplossing, die zette ik enigszins uit het zicht achter het zwembad annex buurthuis.
   Al die gemoedswisselingen zijn niets voor mij, dat was een teken aan de wand. Al die plannen die de laatste weken steeds gemaakt en weer veranderd moesten worden werden me teveel. Ging het ene plan niet door, dan was het alternatief vaak nog beter. Het blijft tenslotte IJsland. Dat telde echter niet. Ik was de greep op de dingen kwijt en dat etterde onderhuids door.
   Zonder nog wat te lezen te hebben lag ik in de tent terwijl het bleef doorregenen. Je kunt proberen te slapen, maar als je niet moe bent schiet dat niet op. Van het staren naar het tentdoek boven je word je op den duur ook mesjogge. Hoe was het humeur toen ik de volgende ochtend wakker werd?
   Het regende nog steeds. Dus je kunt het wel nagaan. Het enig lichtpuntje was het sms-je dat me vertelde dat het in de middag zou stoppen. Ik was van plan de watervallentocht te gaan maken die me uiteindelijk bij de Lambáfoss zou moeten brengen. Ondanks de zware grauwe luchten stopte het gedruppel. Beladen met fotospullen begon ik aan de wandeling. Net na de brug over de Grímsá nam ik het besluit. Ik was er klaar mee. Had het helemaal gehad. Ik kon geen fiets meer zien. Gelukkig kon ik terecht in Reykjavík en ik wist ook dat ik daar voor de komst van Bonny niet meer vandaan zou gaan.
   De wandeltocht ging gewoon door. Ik zou tenslotte pas 's avonds opgehaald kunnen worden. De wandeling is een aanrader. De een na de andere interessante stroomversnelling of waterval komt je tegemoet wanneer je de Grímsá stroomopwaarts volgt. Daarbij heb je het rijk voor je alleen. Op een gegeven moment komt de Lambá rivier uit in de Grímsá en moet je wel naar links om bij de mooiste waterval van de tocht uit te komen. Na nog geen honderd meter zag ik een dood schaap in het water liggen. De talrijke raven hadden al een waarschuwing moeten zijn. Ik heb stroomafwaarts van het schaap maar geen water meer gedronken... Een prettige verassing daarentegen waren de drie vrouwtjes harlekijneenden die zich in het snelstromende water op hun best leken te voelen.
   Het zicht vanuit de auto, door de regendruppels op de ruiten heen, op weg naar een inmiddels vertrouwde plek, was wederom fantastisch. Wat een prettige manier van reizen is dit toch. Eenmaal raden wat we aten om het weekend te besluiten? Pizza!
   Over vijf dagen zou Bonny landen op IJsland. Vijf dagen die ik Reykjavík zou moeten doorkomen. Alleen, want mijn gastvrouw werkte overdag en was daarna tot laat in de avond bezig met werk voor de reddingsbrigade. Ik weet niet waar sommigen de energie vandaan halen.
   In het centrum van Reykjavík kocht ik twee klassiekers: 'A farewell to arms' van Hemingway; en voor een spotprijs 'Wuthering Heights' van Emily Brontë. Ik wilde toch weleens weten waar Kate Bush het al die tijd over had. Met name Wuthering Heights deed een beroep op mijn Engels. Beide boeken kan ik echter waarderen.
   Doordat ik vast zat en niets om handen had kon ik me volledig storten op lezen. Iets waar ik tegenwoordig moeilijk de rust voor kan vinden. Vroeger joeg ik de boeken er in hoog tempo doorheen om mijn leeshonger te stillen. Die leessnelheid bezit ik nog steeds. Ik was dus zo door beide boeken heen en was zodoende wel gedwongen de boekenkast van mijn gastvrouw te plunderen. Zat daar niet iets Engelstaligs tussen? Jawel, een paar, en deze brachten me in contact met de mannen van het grote avontuur, de alpinisten (die, zo ontdekte ik, gemiddeld niet erg oud worden).
   Op een luie namiddag had ik bij haar 'Touching the void' al op dvd gezien. Het betreft hier een waargebeurd verhaal. De hoofdrolspeler toont zich een ware overlever als hij na een ongeluk en na door zijn maat te zijn losgesneden van de reddingslijn toch nog het kamp weet te bereiken. Zijnde een fan van Joe Simpson de bergbeklimmer, en de hoofdpersoon in kwestie, bezat ze ook twee boeken van hem. Degene die ik uitkoos was: 'This Game of Ghosts'. Voordat ik daar aan begon las ik eerst 'Into thin air' van John Krakauer. Dat is een mooi geschreven relaas van een noodlottig verlopen tocht naar de top van Mount Everest. Het mooiste in dit boek is het verhaal van een Zweed die vanuit Zweden op de fiets naar de hoogste berg van de wereld vertrekt en daar aangekomen deze ook nog eens solo en zonder extra zuurstof te gebruiken weet te beklimmen. Dan komt fietsen op IJsland ineens in een heel ander licht te staan. En mijn tocht naar de top van de Baula ook... Met behulp van een touw, of via een iets andere route zou het toch mogelijk moeten zijn om... Ik vrees dat ik met de Baula nog niet geheel klaar ben.
   Ondertussen zagen de windvooruitzichten voor Snæfellsnes er bijzonder slecht uit. Bonny arriveerde volgens plan en zag ook in dat er daar de komende tijd, zover als de weersvoorspellingen reikten, niet te fietsen viel.
   Weer werd er een beroep gedaan op mijn flexibiliteit. In de buurt van Reykjavík fietsen was geen optie, we kennen het gebied daar inmiddels voldoende. Naar Landmannalaugar dan maar? Daar was het weer goed en de wind grotendeels afwezig. De hut daar ging dat weekend echter dicht en het zou gezien de tijd van het jaar waarschijnlijk een eenzame bedoening worden. Op zich niet zo'n probleem als we konden beschikken over een satelliettelefoon. Omdat het niet de bedoeling was opnieuw het binnenland in te trekken hadden we die in Nederland niet gehuurd en op IJsland konden we er niet aankomen. Voor de zoveelste keer viel Landmannalaugar af.
   Toen namen we een drastisch besluit: zo snel mogelijk terug naar Nederland. Volgend jaar zien we wel weer verder.
   We hadden nog tijd om naar de film te gaan. De nieuwe Tarantino draaide in de bioscoop aan de Sæbraut, die ene naast het standbeeld van Þorfinnur Karlsefni, de Vínlandganger.

ŝorfinnur Karlsefni

Deze keer zat de zaal stampvol. De stoeltjes waren nog kleiner dan in die andere bioscoop en mijn knieën hadden het weer bar slecht. Nu kon ik mijn benen zelfs niet eens schuin opzij leggen omdat alle stoeltjes bezet waren. De film 'Inglorious Bastards' was ouderwets genieten al konden we het soms niet helemaal volgen. De IJslandse ondertiteling is abracadabra, maar het Engels zou geen probleem moeten zijn. Verrassing, de film is drietalig. Duits is een makkie, Engels niet echt een probleem, maar die stukken in het Frans. Frans gesproken met een IJslandse ondertiteling, alsof een nachtmerrie uitkomt.

Met gemengde gevoelens vlogen we terug naar Nederland. In een opzicht was deze reis in elk geval geslaagd. Na veel moeite wist ik alle kleurvariëteiten, geel, wit en roze van de IJslandse klaproos, de Papaver radicatum, te vinden. Over avontuur gesproken...

tot 2010,


Tonny Buijs

we gaan weer / voorbereiding / voor vertrek / aankomst / de grote stad en de crisis / de route in wegnummers /
onderweg met Bonny: tussen Þingvellir en Laugarbakki / de Strandavegur / weg 622 / voorbij Ísafjörður / in Reykjavík / een nieuwe route

pagina 12 van 12
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12.