Verslag fietsreis IJsland
ZOMER 2009

we gaan weer / voorbereiding / voor vertrek / aankomst / de grote stad en de crisis / de route in wegnummers /
onderweg met Bonny: tussen Þingvellir en Laugarbakki / de Strandavegur / weg 622 / voorbij Ísafjörður / in Reykjavík / een nieuwe route

pagina 11 van 12
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12.

in Reykjavík
Aangekomen in Reykjavík was het voor mij nog maar de vraag waar ik de nacht zou doorbrengen. Omdat familie uit het buitenland in haar appartement logeerde en daar tot zaterdagmiddag zou blijven, en zijzelf bij haar moeder logeerde ontstond er voor mij een nogal vreemde situatie. Aangeboden werd om ook te gaan logeren bij moeders. Wat kon ik anders? Toen ik op de slaapbank naar het gegier van de wind om de flat lag te luisteren was ik in elk geval blij niet de nacht in een tent buiten te hoeven doorbrengen.


Hengill  Hengill  Hengill  Hengill  Hengill  Hengill  Hengill  Hengill

Om het allemaal nog een beetje vreemder te maken werd mij verteld dat ik de volgende dag wel mee kon met haar in het buitenland wonende broer om te gaan wandelen op de Hengill en daar in een warme beek te gaan liggen. Zelf moest zij werken. Deze broer en zijn aanhang had ik nog niet ontmoet. Hij houdt van fotograferen en is grafisch ontwerper, dat zou dus wel goed komen. Tijdens de wandeling bleek ook nog dat hij de saga's goed kende. Raakvlakken genoeg. De warme beek was een waar genot. Geen andere toerist te zien. Toch handig IJslandse kennissen die de weg weten.
   Terwijl ik aan dit verslag werk bereikt mij het bericht dat Willem van Blijderveen is overleden. Velen trekken op IJsland rond met zijn reisboek in de aanslag. En terecht. IJslanders mogen dan mooie plekjes kennen, maar dankzij Willems aanwijzingen wist ik vaak genoeg op mooie plekken te komen waar mijn IJslandse kennissen nog nooit van gehoord hadden.
   Om de zwavellucht van me af te spoelen ben ik aan het begin van de avond naar het grote zwembad in Reykjavík gegaan. (Mijn achterwiel had ik 's ochtends al omgewisseld voor dat van Bonny.) Het was lekker weer en mede daardoor buitengewoon druk. De marathon van Reykjavík die voor de volgende dag gepland stond zal er ongetwijfeld ook wat mee te maken hebben gehad... Dat bleek wel uit de overvolle camping naast het zwembad. Daar te gaan staan was geen aantrekkelijke optie, al had ik die wel overwogen. Die vrijdag sliep ik dus ook nog bij moeders. Al deed ik op die slaapbank eigenlijk geen oog dicht.
   Omdat ik onze IJslandse vriendin zelf nauwelijks zag, druk met haar eigen werk en het werk voor de reddingsbrigade, vroeg ik me toch wel af waar ik mee bezig was. Ik was met deze situatie niet echt gelukkig. Aan de andere kant zouden we zaterdag terug kunnen naar haar eigen flat. Dat ging dus mooi niet door.
   Iedereen was vol van de Menningarnótt van zaterdag. Een feest dat gecombineerd wordt met de marathon en waar iedereen naar uitkeek. De reddingsbrigade verleende hand en spandiensten tijdens het evenement. Wederom was ik op mijzelf aangewezen. Menningarnótt lijkt op onze Koninginnedag. Het is alleen veel relaxter. IJslanders vinden het buitengewoon druk, naar onze maatstaven is het gewoon gezellig rustig. Een echte aanrader! Lekker bandjes luisteren en naar straattheater kijken.
   Zo had ik toch echt gedacht dat Napalm Death al twintig jaar dood was. Niet op IJsland. Ik vond het destijds niets, en nu nog steeds niet. Leuk was het wel. Voor een geopende garagedeur vierde een groepje death-heads hun feestje. Kreten uit de oertijd, een IJslander wel toevertrouwd, en heftig gebeuk voerden me terug naar mijn lange haren tijd. Toch goed te horen dat er hier ook muziek met ballen wordt gemaakt en dat het niet alleen blijft bij het feërieke kattengejammer van Sigur Rós en Björk. Bij café Prikið was de rock zelfs van heel behoorlijk niveau.
   Het feest werd traditiegetrouw afgesloten met vuurwerk. Zag er goed uit, ondanks dat het slechts de helft was van wat er normaal de lucht in gaat (evenveel kronen aan gespendeerd, die zijn echter niet zoveel meer waard).
   Omdat ik het raadzaam vond niet met de fiets de stad in te gaan, en ik eigenlijk schoon genoeg had het fietsen, had ik nogal een eind te lopen. Die dag heb ik zeker een marathon gewandeld. Om 1.30 lag ik weer op mijn slaapbank. Ik logeerde in een huis zonder de bewoners te zien, krankzinnig.
   IJsland bleef me echter verrassen. Die zondag kon ik eindelijk met haar doorbrengen, op naar de Baula! Het weer leek echter niet te willen meewerken. Er was nog iets anders: de IJslandse Hondenvereniging bestond zoveel jaar en hield een grote hondenshow, of ik zin had daar heen te gaan? Het was immers om de hoek. Op internet werd even gecontroleerd of er ook IJslandse Honden werden gekeurd en dat bleek zo te zijn.
   Om 8.00 wist ik niet eens dat er een hondenshow was. Om 9.00 zat ik vooraan om naar 57 IJslanders te kijken en ontmoette ik de twee fokkers die ik twee jaar geleden had bezocht. En dat terwijl ik wat betreft de IJslandse Honden deze reis niet veel had verwacht. Ik blijf er overigens bij dat ik de IJslandse IJslanders in het algemeen mooier vind dan de in Nederland gefokte (zeker op deze show).


Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond
Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond  Grettir, onze IJslandse Hond
Grettir, onze IJslandse Hond  toegangskaartje hondenshow

Deze reis hebben we heel veel IJslandse Honden gezien. Zo moeilijk als het in 2007 ging, zo makkelijk was het deze keer. Het was de eerste dag in Reykjavík meteen al raak. De stadsmens op dit eiland is gek op honden en gelukkig kiezen veel IJslanders voor hun eigen nationale soort.
   Wat de Baula betreft was het afwachten wat het weer zou doen. We checkten drie verschillende weersites die alle een verschillend beeld gaven. De gunstigste zou ons een kans geven de top te halen en ook nog wat te zien. Omdat we er niet helemaal uitkwamen werd een oom gebeld die daar in de buurt in een vakantiehuisje zat om de actuele situatie te horen. Die bleek ook niet onverdeeld gunstig. Wat te doen? Het was aan mij.
   Eerst maar eens verhuizen, dat maakte voor mij de situatie al een stuk gemakkelijker. Daarna vroeg ik haar nogmaals haar oom te bellen. Weer was het een verdeeld beeld. “Als je uit honderd dagen kunt kiezen zou ik vandaag niet gaan.” Voor mij was het nu, of zeer lange tijd niet (en wat moest ik in godsnaam vandaag nog in Reykjavík doen?). We gaan! En we gingen. Tenminste dat was de intentie.
   Gaat er plots een oranje lampje branden in de auto. “Da's niet goed.” Nee, maar we gingen wel (broerlief besloot niet mee te gaan in dit onzekere weer). Soms moet je het geluk een zetje geven. De tocht, met name de heenweg, was schitterend. Het afwisselende weer toverde overal uitzonderlijk mooie lichtval op de bergen en gletsjers. Zo wordt fotograferen wel heel eenvoudig. Ik had echter bewust geen camera meegenomen...
   Toch wel lekker zo'n auto. Ik begon me al af te vragen of ik volgend jaar nog wel terug zou komen met de fiets als vervoermiddel. 2010 zal sowieso het laatste fietsjaar worden, dan heb ik alles wat redelijkerwijs te fietsen valt hier wel gezien.
   Hoe dan ook, de thuisblijvers kregen ongelijk. Terwijl er onderweg op sommige stukken hevig door de wind aan de auto getrokken werd, was het juist rond de Baula zo goed als windstil en soms bewoog zelfs het lange gras niet. Het zicht was redelijk, de gletsjers in het binnenland lonkten en de top was vrij van wolken. Niets zou ons nu nog kunnen stoppen.
   Maar wat is die berg steil! Ach, eenmaal aan het wandelen zal dat best meevallen. Nou, niet echt. Ik had inmiddels vernomen dat dit niet de eenvoudigste berg was. Iets met rotsen, rotsblokken en los liggende stenen en zo. Van wandelen kwam niets. Het was vanaf het moment dat we de eigenlijke berg bereikten klauteren geblazen.
   Van de buitenlandse broer had ik geleerd af en toe om te kijken om te zien of je nog zou durven afdalen. Met de berg voor je is de weg omhoog doorgaans niet het probleem, als je naar beneden gaat kijk je echter naar beneden en van de berg af, en dat is andere koek. En ik weet wat het is om op een steile berghelling te bevriezen van de hoogtevrees. In Noorwegen, op de berg van het eiland Lovund was ik ooit gedwongen om glijdend op mijn kont naar beneden te gaan.
   In mijn beleving was Baula zo'n gekleurde Landmannalaugar ryolietberg. Dat bleek echter niet zo te zijn. De kleur van Baula wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door oranje korstmossen.
   Na de eerste meters had ik er niet echt een goed gevoel over. Na een paar honderd meter klimmen begon ik me meer op mijn gemak te voelen, al is deze hellingshoek de grens voor mij voor elke berg. Steiler moest het niet worden.
   De meeste rotsen lagen wel vast, zo af en toe trof ik een losse die kletterend naar beneden viel. Het viel nog te overzien. Terwijl ik dapper doormodderde klom mijn gids als een berggeit naar boven. Ervaring laat zich gelden.
   Wat ik langzamerhand wel bemerkte was dat de rotsblokken naar mate we hoger kwamen gemiddeld kleiner werden. Minder dan honderd meter van de top kwam er een stuk waar ik besloot te passen. Bij elke stap die ik zette, gleden er keien en stukken rots weg. Voor mij als plattelander was de samenwerking van los liggende stenen en een ietwat steiler stukje genoeg. Elk apart was nog te doen geweest. Hier besloot ik van het uitzicht te genieten. Aan de andere kant lagen toch alleen die gletsjers maar...
   Het licht bleef zijn spel spelen, een fotografische hemel. Een goede veertig meter hoger leek mijn begeleidster van de zwaartekracht geen last te hebben. Als een vlieg aan de bergwand geplakt. “Hier wordt het beter, kom je nog?” Nee, ik kwam niet, vond het wel best. Het was totaal niet erg mijn meerdere in Baula te erkennen. Enerzijds was het uitzicht fenomenaal, anderzijds, als ik had geweten wat me te wachten stond had ik me misschien wel twee keer bedacht. Het was mooi zo.
   “Ga jij maar naar de top. Ik ga langzaamaan naar beneden,” en dat ging inderdaad langzaam. Net zo snel als omhoog eigenlijk. Voor geïnteresseerden: vanaf de auto langs de weg tot boven op de top duurde anderhalf uur. We hebben het hier dan wel over een zeer ervaren klimster.
   De terugtocht duurde aanmerkelijk langer. Overal stonden plotseling overvolle bosbessenstruiken. Met de handen blauw van het sap trokken we de autodeur dicht, en daarmee begon het te regenen. Meestal zit het mee...


ijs  ijs  ijs
ijs  ijs

Na een bezoek aan het hoofdkwartier van de reddingbrigade in Reykjavík besloten we deze perfecte dag met een heerlijke pizza. Ik kon er weer even tegen. Mijn benen waren na deze twee dagen wel compleet gesloopt. Die konden de komende dagen rusten, terwijl ik zou bedenken wat ik komende week en weken zou gaan doen. Volgend weekend stond in elk geval Landmannalaugar op het programma. Die nacht sliep ik, na vier bijna slapeloze nachten, voor de verandering eens als een roos. Een coma-roos.
   Het werd vooral musea bezoeken. De eerste museumdag gelijk maar drie. Eerst naar Kjarvalsstaðir, waar met name schilderijen van IJslands nationale schilder Jóhannes Sveinsson Kjarval tentoon worden gesteld. Daarna naar de Listasafn Íslands, IJslands Kunstmuseum. Met name in de laatst genoemde hingen een paar leuke werken, maar ik kwam er bij beide niet verlicht vandaan.
   Iets geheel anders was de expositie 'Reykjavik 871±2'. Als sagaliefhebber kon ik er natuurlijk niet onderuit hier heen te gaan. Deze ter plekke bewaarde archeologische overblijfselen, de fundering van een Viking langhuis, moest ik zien. En het is beslist geen straf! Het is zeer mooi opgezet en biedt een hoop informatie. Goed gedaan IJsland!
   De dag erna stond het Þjóðminjasafn Íslands, IJslands Nationale Museum, op het programma. Voor mij was vooral het eerste gedeelte van belang: de periode van de Kolonisatie en de Sagaperiode. Blikvanger was vanzelfsprekend het beeldje van Thor. Ik was al lang niet meer in een dergelijk museum geweest en ik moet zeggen dat deze moderne aanpak me wel bevalt. Ook hier een boel info en een mooie opzet. Ik heb er een flinke tijd zoek gebracht. Er wordt momenteel een hoop gesteggeld over een Nederlands Nationaal Historisch museum dat in Arnhem moet komen. Ik zou zeggen neem dit IJslandse museum als voorbeeld en je bent klaar.


grauwe gans  grauwe gans  grauwe gans
kleine mantelmeeuw  kleine mantelmeeuw  kleine mantelmeeuw
kleine mantelmeeuw  kleine mantelmeeuw  kleine mantelmeeuw

De twee volgende dagen stonden in het teken van de fotografie. Eerst maar eens kijken of er bij het meer Tjörnin (de Vijver) in het centrum van Reykjavík nog vogels te fotograferen vielen. In 2000 was het daar een waar eendensoortenparadijs, en dan heb ik de Wilde zwanen nog niet eens genoemd. Doordat ze gevoerd werden waren ze eenvoudig te fotograferen.
   Ik had wel gelezen dat het ecosysteem van-, en rond het meer in de tussentijd danig veranderd was. De zwanen en vele eenden zouden zijn verdwenen. Ik kon, jammer genoeg, niet anders vaststellen dan dat dit klopte. Ganzen en meeuwen bepalen inmiddels het beeld. Het oude brood dat ik spendeerde leverde me wel een geslaagde meeuwenfoto op.
   De tweede fotodag bracht ik door bij de Rauðhólar. Het is lekker daar rond te dwalen, een goede foto maken valt echter niet mee. Mooi is het er wel.


Rauðhólar  Rauðhólar  Rauðhólar  Rauðhólar
Rauðhólar  Rauðhólar  Rauðhólar  Rauðhólar

Inmiddels naderde het weekend. Het was inmiddels duidelijk dat we niet op tijd over de auto konden beschikken. Vanwege dat oranje lampje stond die bij een garage. Het mag duidelijk zijn dat er wat Landmannalaugar betreft voor mij en Bonny een vloek rust. Net zo vaak als we plannen hadden gemaakt daar heen te gaan, gebeurde er iets waardoor het niet doorging. Ik ben er verdorie nog steeds niet geweest!
   Het doel van vandaag lag noodgedwongen een stuk dichter bij Reykjavík. Ik ging weer samen met mijn gastvrouw op pad. De Esja, waar ik vanuit mijn slaapkamerraam op uit keek, stond te wachten om van mijn lijstje met te bedwingen bergen te worden gestreept. Het weer was opnieuw niet ideaal.
   'Gluggaveður', vensterweer noemen IJslanders het. Het zonnetje schijnt uitbundig en uitnodigend, maar het waait stevig en het is koud. De wind kwam uit het noordoosten en dat betekent per definitie dat er bovenop de Esja een wolk ligt, ook al is de rest van de lucht strak blauw. De hoogste top zouden we in elk geval niet kunnen bereiken. Het heeft namelijk geen zin om in de mist op het plateau te gaan lopen dwalen.
   Wij gingen voor het populaire wandelpad. Hier zou ik de top toch zeker moeten kunnen halen? Toen we een flink stuk op weg waren was ik daar plots niet meer zo zeker van. We stapten weliswaar een hele trits mede bergwandelaars voorbij, maar dichter bij de top werd de spoeling dunner. De wind was ook weer van de partij. Man, man wat een land. Zon in overvloed en kleren genoeg om in te zweten, en dan kom je lopend al bijna niet tegen de wind in. Het zal toch niet?
   En dan blijkt ook nog dat je voordat je op het plateau bent (voor het gemak de top) je eerst nog een steil gedeelte moet overwinnen. Even zakte de moed me in de schoenen. Wist ik veel dat daar een uitgesleten en met touwen en kettingen voorzien pad lag?
   Voorbij 'Steinn' voelden we ons weer Remi. Velen keren daar om, net onder het steilere stuk, nadat ze hun naam hebben bijgeschreven in het grote boek. Het echte boek van Sinterklaas ligt echter een stukje hoger. Opgelucht kon ik daar na een niet al te lastig klim onze namen bijschrijven. Hier stond ik dan voor de verandering eens echt op een top! Ik voelde me iets minder een watje.
   De koude wind zorgde ervoor dat we niet lang bleven nagenieten van het uitzicht over zee en Reykjavík. Achter ons slokte de wolk het landschap op.
   De afdaling werd een aanslag op mijn bovenbenen. Fietsbenen zijn geen bergwandelbenen. Mijn quadricepsen waren gewoon pap. Ik stond te trillen op mijn benen. Daar had ik bij het klauteren op de Baula helemaal geen last van gehad. Allengs werd het minder steil, kwamen we weer onder de mensen, en stroomde er weer energie door mijn benen.
   Opvallend was het grote aantal 66º North fleece sweaters, een ware reclame parade trok langs me heen. Elke sportieve IJslander wil er kennelijk in gezien worden. En zie je iemand met iets van 66º North dan is het ook bijna altijd een IJslander. De traditionele IJslandse trui, de lopapeysa, zie je ook veel, maar ook veel toeristen dragen die. Als beloning voor de geslaagde beklimming kwamen we ook nog een prachtige IJslandse Hond tegen.
   Voor het middagdeel stond de nieuwe Harry Potter op het programma. Ergens buiten het centrum werd ik op de fiets naar een bioscoop geleid. De ontvangsthal was op de kaartjesverkoopster na compleet verlaten. De trailer liep net en er zat nauwelijks een kip in de zaal. Prima. De film draaide dan ook al een tijdje. Over de film zelf heb ik niets te klagen, de mooiste Potter tot nog toe, maar ik dacht dat die Vikingen zulke grote kerels waren? Dat bleek niet uit de bioscoopstoelen. Krap! Mijn knieën en mijn vermoeide benen waren er totaal niet blij mee. Van mijn knieën heb ik daarna nog een week last gehad. Het was weer een geslaagde dag geweest en die werd afgesloten met de inmiddels traditionele pizza. (volgende pagina...)

we gaan weer / voorbereiding / voor vertrek / aankomst / de grote stad en de crisis / de route in wegnummers /
onderweg met Bonny: tussen Þingvellir en Laugarbakki / de Strandavegur / weg 622 / voorbij Ísafjörður / in Reykjavík / een nieuwe route

pagina 11 van 12
ga naar: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12.